Einde inhoudsopgave
Revindicatoire aanspraken op giraal geld (R&P nr. FR3) 2009/3.2.1
3.2.1 Tussen goederen- en verbintenissenrecht
B. Bierens, datum 23-03-2009
- Datum
23-03-2009
- Auteur
B. Bierens
- JCDI
JCDI:ADS585265:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie de dissertaties van Rank-Berenschot (1992), Van der Steur (2003), De Jong (2006) en Struycken (2007). Enkele bijdragen aan bundels en tijdschriften: Van Dunné (1991) p. 45-64, Snijders (2002) p. 27-58, Snijders (2005) p. 79-85 en 94-102.
Hoofdstuk 1, par. 1.3: 'Revindicatoire aanspraken op giraal geld zijn niet wezensvreemd aan de aard van het girale betalingsverkeer, passen in het vermogensrechtelijk systeem en vormen een onmisbaar instrument bij het reguleren van verhaal op giraal geld.'
Zie bijvoorbeeld Snijders (2002) p. 45-47, De Jong (2006) p. 130-141, Struycken (2007) p. 110.
Snijders (2002) p. 57: 'Uitgangspunt dient te zijn dat het vermogensrecht van 1992 een open karakter heeft, zelfs waar eigendom en beperkte rechten in beginsel een (half) gesloten stelsel vormen.'
Struycken (2007) p. 770.
Het goederenrecht lijkt zich te mogen verheugen in een toenemende belangstelling. De laatste jaren zijn er diverse studies verschenen naar de scheidslijn tussen het goederen- en verbintenissenrecht en de aard en structuur van het goederenrecht.1 Dergelijke publicaties zijn door hun onderwerp meestal redelijk abstract en gaan slechts in beperkte mate in op een concreet fenomeen. Toch zijn er wel een aantal elementen uit deze studies aan te wijzen die voor dit onderzoek van belang zijn. De onderbouwing van de dragende stelling van mijn betoog2 verlangt dat ook wordt stilgestaan bij de mate van ontvankelijkheid van het goederenrecht voor nieuwe gezichtspunten en, in het bijzonder, hoe zich dat verhoudt tot het gesloten stelsel van het goederenrecht. In het vervolg van mijn betoog zal dat nog ter sprake komen. Op deze plaats constateer ik dat geen enkele auteur de ogen sluit voor het feit dat in een maatschappij zich nieuwe verschijnselen van tijd tot tijd aandienen, met de internet-domeinnaam als veel aangehaald voorbeeld3, die een passende plaats in het vermogensrecht dienen te krijgen. Het goederenrecht is daarvoor minder open dan het verbintenissenrecht, omdat het aanvaarden van nieuwe goederenrechtelijke aanspraken ook raakt aan de verhaalspositie van derden-schuldeisers. Echter, de deur is zeker niet onder alle omstandigheden gesloten en mag in enkele gevallen gesloten en mag in enkele gevallen op een kier.4 Soms wordt er daarbij gepleit voor een meer actieve rol van de wetgever.5