Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/12.2.1:12.2.1 Inleiding
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/12.2.1
12.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS303181:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 10 en 11 OESO-modelverdrag verdelen de heffingsrechten over dividend en rente tussen de woonstaat van de aandeelhouder/crediteur en de staat waarvan het lichaam dat het dividend of de rente betaalt inwoner is (‘de bronstaat’). Art. 10, lid 1, OESO-modelverdrag bepaalt dat dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van een van de staten aan een inwoner van de andere staat in de andere staat mogen worden belast. De bronstaat mag op grond van het tweede lid van art. 10 ook belasting heffen, maar zij mag een percentage van doorgaans 15% van het brutodividend niet overschrijden. Bezit de ontvanger van het dividend ten minste 25% van het kapitaal van het lichaam dat de dividenden betaalt, dan mag de belasting die de bronstaat heft, in het algemeen niet hoger zijn dan 5% van het brutodividend. Art. 11 bepaalt dat rente afkomstig uit een van de staten die wordt betaald aan een inwoner van de andere staat in de andere staat mag worden belast. De bronstaat mag de rente op grond van art. 11, lid 2, eveneens belasten, maar de belasting mag niet hoger zijn dan doorgaans 10% of – op grond van het renteartikel in de meeste Nederlandse belastingverdragen – 0% van de brutorente.
In deze paragraaf staat de vraag centraal onder welke omstandigheden de rente op een lening wordt beschouwd als dividend voor de toepassing van de Nederlandse belastingverdragen. Het belang van deze vraag is gelegen in het percentage van de bronbelasting die het land van de debiteur mag inhouden op de rente. De uitdrukkingen ‘dividenden’ en ‘interest’ zijn gedefinieerd in art. 10, lid 3, respectievelijk art. 11, lid 3, OESO-modelverdrag. Deze bepalingen zijn reeds behandeld in paragraaf 11.6.2.4 en 11.6.2.5. Hierna wordt bezien wat de betekenis van deze termen is in de Nederlandse belastingverdragen. Eerst wordt ingegaan op art. 10, lid 6 en art. 11, lid 3, NSV. Vervolgens komen de afwijkende bepalingen in de Nederlandse belastingverdragen aan bod.