Billijkheidsuitzonderingen
Einde inhoudsopgave
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/1.5.4:1.5.4 Tekstueel toepasselijke voorschriften
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/1.5.4
1.5.4 Tekstueel toepasselijke voorschriften
Documentgegevens:
mr. F.S. Bakker, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. F.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS354729:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met billijkheidsuitzonderingen in de zin van dit onderzoek wordt gedoeld op het buiten toepassing laten van wettelijke voorschriften die in een concreet geval naar hun bewoordingen van toepassing zijn. Aristoteles’ standpunt dat wetgeving soms buiten toepassing moet worden gelaten, volgt uit de noodzakelijke algemeenheid van de formulering van voorschriften.
Een verdachte werd vervolgd omdat zij voor haar echtgenoot hennep had geteeld, die hij gebruikte tegen de ziekteverschijnselen van MS.1 Volgens de bewoordingen van de wet was zij strafbaar.2 Door de omstandigheden van de zaak was er volgens de Hoge Raad echter ruimte voor een uitzondering vanwege noodtoestand (art. 40 Sr). De keuze van de wetgever werd tot uitgangspunt genomen, maar de omstandigheden waren zo bijzonder dat ‘de verdachte in het conflict van plichten en belangen een in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigde keuze heeft gemaakt’. De algemene bewoordingen van de Opiumwet hielden geen rekening met dit geval.
Wordt in dit onderzoek gesteld dat een wettelijk voorschrift naar zijn bewoordingen van toepassing is, dan wordt er hierbij vanuit gegaan dat elk woord pas een zinnige betekenis krijgt in de context van het voorschrift waarin het is opgenomen. De woorden van een voorschrift worden dus niet op zichzelf uitgelegd (oftewel, apart in het woordenboek opgezocht). Zou dat gebeuren, dan kan een voorschrift vele betekenissen hebben, waarvan verschillende absurd zijn. Bij tekstuele interpretatie wordt daarom altijd de onmiskenbare strekking van het wettelijk voorschrift betrokken: de uitlegger stelt zich de gevallen voor die evident onder het bereik van het voorschrift kunnen worden gebracht. De mogelijke letterlijke betekenissen van een voorschrift geven de grenzen aan van de mogelijke tekstuele interpretaties, én het voorschrift moet een betekenis krijgen die in overeenstemming is met zijn betekenis in het normale, juridische spraakgebruik.3
Artikel 296 Sr bepaalt: ‘Hij die een vrouw een behandeling geeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor zwangerschap kan worden afgebroken, wordt gestraft…’ Stel, Xander scheldt de zwangere Yvette in een ruzie de huid vol, waardoor die hevige stress ondervindt. Een letterlijke uitleg van artikel 296 kán leiden tot absurde conclusies. Zo betekent ‘behandeling’ volgens de Van Dale ook ‘bejegening’, waaronder ‘iemand uitschelden’ zeker wordt begrepen. ‘Dat daardoor zwangerschap kan worden afgebroken’ omvat letterlijk genomen iedere mogelijkheid dat een zwangerschap eindigt ten gevolge van een bepaald menselijk handelen, hoe ver verwijderd dat ook is. Volgens deze uitleg zou Xander strafbaar zijn.
Wordt de bepaling ‘tekstueel’ uitgelegd zoals de rechter dat pleegt te doen, dus met in het achterhoofd de gevallen die evident onder het bereik van de bepaling kunnen worden gebracht, terwijl de woorden een betekenis krijgen die in overeenstemming is met hun betekenis in het normale juridische spraakgebruik, dan blijkt dat de casus te zeer afwijkt van de gevallen waarvoor de bepaling is geschreven om onder het bereik ervan te vallen. Bedoeld is strafbaar te stellen een medische behandeling met als direct gevolg dat een zwangerschap wordt afgebroken (abortus provocatus).
In de loop der tijd kan de tekst van een wettelijk voorschrift in de rechtspraak een bepaalde betekenis hebben gekregen die afwijkt van de definitie in het woordenboek. De tekst van het voorschrift is dan door de rechter eigenlijk ‘vervangen’ door een herformulering. Ook die is noodzakelijkerwijs algemeen, waardoor ook daarop billijkheidsuitzonderingen nodig kunnen zijn. Wordt in dit onderzoek daarom gesteld dat de rechter een voorschrift naar zijn bewoordingen of tekstueel van toepassing acht, of het ‘strikt toepast’, dan wordt hieronder ook begrepen dat een voorschrift volgens zijn gevestigde betekenis van toepassing wordt verklaard.