V-N 2019/4.21
Heffing griffierecht niet in strijd met EVRM en geen verboden ongelijke behandeling met strafrecht
HR 11-01-2019, ECLI:NL:HR:2019:30, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 januari 2019
- Magistraten
Koopman, Van Loon, Van Kalmthout
- Zaaknummer
18/01429
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS930251:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Griffierecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:30, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑01‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑01‑2019
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het heffen van griffierecht in een zaak die uitsluitend een boete betreft niet strijdig is met het EVRM. Er is geen ongerechtvaardigde ongelijke behandeling tussenzaken behandeld door de bestuursrechter en die door de strafrechter.
Samenvatting
Belanghebbende, X bv, stelt beroep in bij Rechtbank Den Haag. De rechtbank verklaart het beroep wegens het niet betalen van het griffierecht niet-ontvankelijk. Deze uitspraak blijft in verzet in stand.
De Hoge Raad oordeelt dat het heffen van griffierecht in een zaak die uitsluitend een boete betreft, niet in strijd is met het EVRM. Die strijdigheid zou ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.