Aandeelhoudersverantwoordelijkheid
Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/4.2.2:4.2.2 Negatieve definitie aandeel
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/4.2.2
4.2.2 Negatieve definitie aandeel
Documentgegevens:
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS304961:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2008/09, 31058, nr. 6 (MvA), p. 46-47.
Kamerstukken II 2008/09, 31058, nr. 6 (MvA), p. 47.
Zie in dit verband tevens: Wolf 2013, p. 46 e.v.
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3 (MvT), p. 42.
In dit artikel (artikel 2:100 lid 3 BW Antillen) is opgenomen: ‘Rechten die stemrecht noch aanspraak op winstuitkering omvatten, worden niet als aandeel aangemerkt.’
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de bovenstaande positieve definitie van het begrip ‘aandeel’ is in de wet ook een negatieve definitie van dit begrip neergelegd; in artikel 2:190 BW:
‘Rechten die stemrecht noch aanspraak op uitkering van winst of reserves omvatten, worden niet als aandeel aangemerkt.’
Deze negatieve definitie is in de parlementaire geschiedenis door de Minister nader toegelicht:
‘De minimumvereisten voor een aandeel zijn dus dat er sprake is van een recht dat als aandeel is uitgegeven met inachtneming van de voor uitgifte voorgeschreven formaliteiten en waaraan ten minste stemrecht of aanspraak op uitkeringen uit winst of reserves is verbonden. Ook als er slechts een beperkt winstrecht bestaat en geen enkel stemrecht, een voorbeeld dat de leden van de CDA-fractie noemden, is er dus sprake van een aandeel. Uit het voorgestelde artikel 190 vloeit immers voort dat ook de enkele aanspraak op reserves voldoende is voor de kwalificatie als aandeel. De formele vereisten voor uitgifte van een aandeel waarborgen het onderscheid met andere figuren waaraan winstrechten zijn verbonden, zoals (statutaire) participatie- of winstbewijzen. Als aan een aandeel slechts een beperkt winstrecht is verbonden en geen stemrecht, betekent dat niet dat het aandeel dan in vennootschapsrechtelijke zin een inhoudsloos recht is. Aan een aandeel zijn immers meer rechten verbonden dan alleen stemrecht of een recht op uitkeringen.’1
Waarna de Minister vervolgt:
‘Het voorgestelde artikel 190 bevat slechts een negatieve definitie, in die zin dat wordt gedefinieerd welke rechten in ieder geval niet als aandeel worden aangemerkt. Uit de negatieve definitie moet niet worden afgeleid dat alle rechten die wél aanspraak geven op uitkering van winst of reserves, als aandeel worden aangemerkt’. (…) zijn de minimumvereisten voor een aandeel dat er sprake is van een recht dat als aandeel is uitgegeven met inachtneming van de voor uitgifte voorgeschreven formaliteiten en waaraan ten minste stemrecht of aanspraak op uitkeringen uit winst of reserves is verbonden. (…), gaat het bij aandelen dus om rechten die zijn ingebed in de vennootschapsrechtelijke verhouding tussen de vennootschap en de aandeelhouder.’2
De negatieve definitie van het aandeel is derhalve dat een recht als aandeel is uitgegeven met inachtneming van de voorgeschreven formaliteiten en waaraan ten minste stemrecht of aanspraak op winst of reserves is verbonden.3
Het is opvallend dat als gevolg van de wetswijzigingen per 1 oktober 2012 voor de besloten vennootschap een negatieve definitie van het aandeel in de wet is neergelegd, terwijl voor de naamloze vennootschap een positieve definitie in de wet is opgenomen. Voor 1 oktober 2012 gold deze positieve definitie ook voor de besloten vennootschap. In de parlementaire geschiedenis wordt hierover het volgende opgemerkt:
‘Vanwege de afschaffing van het verplichte maatschappelijk kapitaal (artikel 178) dient de wettelijke omschrijving van het begrip aandelen te worden aangepast. Met de invoering van stemrechtloze aandelen (artikel 228) ontstaat de mogelijkheid om aan te sluiten bij de (negatieve) omschrijving in artikel 200 lid 3 Antilliaans BW. In artikel 190 wordt nu bepaald dat rechten die stemrecht noch recht op uitkering van winst of reserves omvatten, niet als aandeel worden aangemerkt.’4
De reden voor het verschil in definities lijkt derhalve met name te zijn gelegen in het afschaffen van het (verplichte) maatschappelijk kapitaal voor de besloten vennootschap en het feit dat een aandeel stem- of winstrechtloos kan zijn. Vervolgens heeft de wetgever zich voor de negatieve definitie laten inspireren door het Antilliaanse recht.5 Uit deze definitie volgt bovendien dat er niet langer een onlosmakelijke verbondenheid tussen enerzijds het aandeel (en de nominale waarde van het aandeel) en anderzijds de zeggenschapsrechten en winstrechten dient te bestaan; een verbondenheid die lange tijd juist als één van de belangrijkste uitgangspunten werd beschouwd.