Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/11.2.1:11.2.1 Algemeen
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/11.2.1
11.2.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS487204:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hijma/Olthof 2005, p. 141 e.v.; Snijders/Rank-Berenschot 2001, p. 193-230 en 233-236.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 3:80 worden de twee hoofdvormen van verkrijging van goederen beschreven. Allereerst kent de wet de verkrijging onder algemene titel. Daarnaast spreekt de wet over de verkrijging onder bijzondere titel. Onder algemene titel worden goederen verkregen door erfopvolging (art. 4:182, boedelmenging (art. 1:94), door fusie van rechtspersonen (art. 2:308) dan wel door splitsing van rechtspersonen (art. 2:334a).
Alle overige vormen van verkrijging van goederen worden gerangschikt onder het begripverkrijging onder bijzondere titel. In het bijzonder worden dan in lid 3 van evengemeld artikel genoemd: overdracht (voor onroerende zaken: art. 3:89 en voor roerende zaken: art. 3:90), verjaring (verkrijgende verjaring: 3:99 en 3:105; bevrijdende verjaring: art. 3:306 e.v.) en onteigening. Ten aanzien van roerende en onroerende zaken treffen we vervolgens in de titels 5.2 en 5.3 nog de navolgende wijzen van eigendomsverkrijging aan:
A. met betrekking tot roerende zaken:
toe-eigening (art. 5:4);
vinderschap (art. 5:5-5:12);
schatvinding (art. 5:13);
natrekking (5:3; 5:14 lid 1);
vermenging (art. 5:15);
zaaksvorming (5:16);
vruchttrekking (5:17).
B. met betrekking tot onroerende zaken:
natrekking (art. 5:3 en 5:20);
aanwas (art. 5:29).
Alle in de titels 5.2 en 5.3 genoemde wijzen van eigendomsverkrijging behoren tot de zogenaamde originaire wijzen van verkrijging.1