De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.3.2.5:8.3.2.5 Eindvoorzieningen en aandeelhoudersbevoegdheden
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.3.2.5
8.3.2.5 Eindvoorzieningen en aandeelhoudersbevoegdheden
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS367294:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2:121/231 BW.
Art. 2:132/242 BW, art. 2:134/244 BW, art. 2:142/252 BW, art. 2:144/254 BW art. 2:158/ 268 BW en art. 2:162/272 BW.
Art. 2:19 lid 1 sub a BW.
Art. 2:107/217 lid 2 BW.
Zie par. 15.2. Zie voor een geval waarin de ondernemingskamer dit uit het oog lijkt te verliezen, par. 7.6.2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bevoegdheden, die de ondernemingskamer op de voet van art. 2:356 BW jo. art. 2:357 lid 3 BW exclusief naar zich toe kan trekken, zijn allemaal bevoegdheden die normaliter (dwingendrechtelijk) aan de aandeelhouders(vergadering) toekomen, althans bij een niet-structuurvennootschap. Het gaat immers om het wijzigen van de statuten,1 het bepalen van de bestuurders en commissarissen,2 het ontbinden van de vennootschap3 en de overdracht van aandelen.4 Tevens kan de ondernemingskamer inlichtingen verlangen van de door haar tijdelijk aangestelde functionarissen,5 zoals de aandeelhoudersvergadering dat ook kan ten aanzien van de door haar aangewezen functionarissen.6 Door middel van het treffen van eindvoorzieningen kan de ondernemingskamer dus in belangrijke mate de rol van de aandeelhouders(vergadering) overnemen.
Dat betekent echter niet dat de ondernemingskamer dezelfde bevoegdheden als de aandeelhoudersvergadering heeft. Zo kan de ondernemingskamer geen besluiten nemen die dan zouden moeten worden toegerekend aan de aandeelhoudersvergadering (en daarmee aan de vennootschap).7