Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/4.3.1:4.3.1 Individuele rechten
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/4.3.1
4.3.1 Individuele rechten
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS450421:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kymlicka 1999, p. 75.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Binnen het perspectief van het liberale gezindtepluralisme is ieder individu vrij om zich aan te sluiten bij de gezindte van zijn keuze. Deze keuzevrijheid vloeit voort uit het liberale ideaal van zelfbeschikking.1 Burgers zijn daarin zelf verantwoordelijk voor het slagen van hun leven en zijn alleen verantwoording aan zichzelf verschuldigd. Vanwege het belang van zelfbeschikking hechten liberalen aan individuele (grond)rechten, waaronder de godsdienstvrijheid, die burgers primair als afweerrecht tegen de staat kunnen inroepen.
In de Nederlandse rechtsorde is de godsdienstvrijheid als individueel en collectief recht opgenomen in artikel 6 Grondwet en artikel 9 EVRM. Op grond van deze rechten staat het eenieder vrij om zich op dit recht tegen overheden of andere burgers te beroepen. De formulering van artikel 6 Grondwet en artikel 9 EVRM vormt een erkenning van het liberale principe dat het individu ook in religieuze kwesties zelf mag bepalen hoe het zijn leven wil leiden. In het perspectief van het liberaal gezindtepluralisme heeft deze geloofsvrijheid slechts betrekking op de erkende institutionele religieuze stromingen. Binnen dat kader heeft elk individu of collectief vrijheid om godsdienst te beoefenen.