Het systeem van sanctionering van fiscale fraude
Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/6.2.3:6.2.3 Hechtenis
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/6.2.3
6.2.3 Hechtenis
Documentgegevens:
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270227:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Tekst en Commentaar Kluwer Navigator, art. 9 WvSr, Noyon, Langemeijer, Remmelink, aant. 4.
Op voorlopige hechtenis wordt niet nader ingegaan.
Mevis 2013, p. 790.
Bijzondere wetten kennen veelal een andere structuur, waarin de strafbedreiging in afzonderlijke wettelijke bepalingen is opgenomen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Inhoud en wettelijke grondslag
De wettelijke regeling van de hechtenis is te vinden in art. 18 t/m 22a en 26, 27 en 35 WvSr. De hechtenis wordt aangeduid als principale hechtenis.Deze term dient ter onderscheiding van voorlopige hechtenis, een dwangmiddel en de vervangende hechtenis, die plaatsvindt als andere sancties, zoals de taakstraf en de strafrechtelijke geldboete, niet behoorlijk kunnen worden geëxecuteerd.
Hechtenis behelst, net als de gevangenisstraf, een gedwongen detentie, met het enige verschil dat hechtenis kan worden opgelegd voor de minder zware normschendingen. Wanneer een feit door de wetgever als misdrijf is gekwalificeerd, dan is de wettelijk bedreigde straf de gevangenisstraf, en wanneer het om een overtreding dan is dat feit als de wetgever in een vrijheidsbenemende sanctie voorzien met hechtenis bedreigd. Vóór de invoering van de Beginselenwet Gevangeniswezen was het verschil tussen de gevangenisstraf en de hechtenis overigens wel aanzienlijk. Gevangenisstraf moest in afzondering worden geboet, en het regime was streng. Hechtenis werd in gemeenschap doorgebracht en er waren faciliteiten die arbeid en opbrengst daaruit nastreefden.1 De verschillen betekenen thans niets meer.
Vanwege het bijzondere karakter van de vervangende hechtenis wordt hieraan nog kort aandacht besteed.2Als de rechter ervoor kiest een geldboete op te leggen, moet hij op grond van art. 24c lid 1 WvSr ook de duur van de vervangende hechtenis in het vonnis bepalen, voor het geval de veroordeelde de geldboete niet betaalt en verhaal niet mogelijk blijkt. Art. 6:4:8 (nieuw) bepaalt de verrekening van de vervangende hechtenis met de betaalde boete. Vervangende hechtenis is toegelaten voor het geval dat volledige betaling, noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt.3 Naast de geldboete (althans: de strafrechtelijke) is de regeling van de vervangende hechtenis van toepassing verklaard op:4
De onvoldoende uitvoering van een taakstraf, op grond van art. 22g lid 1 WvSr;
Het niet voldoen aan de straf van verbeurdverlaring op grond van art. 24 lid 3 Wvsr;
Het niet voldoen van de kosten van openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak op grond van art. 36 lid 3 WvSr.
Ook wanneer maatregelen niet worden nageleefd, kunnen vormen van hechtenis worden ingezet om de naleving van de maatregel af te dwingen. Dit is het geval bij de ontnemingsmaatregel en de maatregel inhoudend de verplichte betaling van schadevergoeding:
Het niet voldoen van de ontnemingsvordering van art. 6:6:25 WvSv, in welk geval van gijzeling wordt gesproken. De toepassing van de gijzeling heft de verschuldigdheid van de ontnemingsvordering niet op, aldus lid 8;5
Het uitblijven van betaling van schadevergoeding aan de Staat op grond van art. 24c en art. 36f lid 8 WvSr, in welk geval de hechtenis de vergoedingsplicht niet opheft. Overigens is lijfsdwang ook mogelijk op grond van art. 20 IW, indien de ontvanger een vordering uit onrechtmatige daad toegewezen heeft gekregen.
Duur
In het Wetboek van Strafrecht heeft de wetgever steeds in de strafbepaling bepaald hoeveel dagen hechtenis ten hoogste kan worden opgelegd.6 Volgens art. 18 lid 1 WvSr geldt voor hechtenis een algemeen minimum van een dag. De bovengrens is een jaar. Volgens art. 18 lid 2 WvSr kan de rechter boven het maximum van een jaar uitkomen in bepaalde situaties, bijvoorbeeld in geval van samenloop of herhaling van een misdrijf. Het absolute maximum is dan een jaar en vier maanden, aldus art. 18 lid 3 WvSr.
Toepassing in fiscalibus
Hechtenis is mogelijk voor alle fiscaal-strafrechtelijke overtredingen, zoals genoemd in art. 68 AWR. Op deze overtredingen is maximale hechtenis van zes maanden gesteld.
Hechtenis is een straf die niet veel voorkomt in de fiscale praktijk De verklaring voor dit feit zou kunnen zijn dat in geval van de minder ernstige normschendingen, gezien de aard van de overtreding wordt uitgeweken naar een ander type sanctie, zoals een vrijheidsbeperkende sanctie of een vermogenssanctie.
Combinaties en voorwaardelijke opleggingsmogelijkheden
Hechtenis kan in combinatie met de volgende sancties worden opgelegd:
Op grond van art. 9 lid 3 WvSr kan voor fiscale strafbare feiten tevens een geldboete worden opgelegd. Overigens is deze mogelijkheid in de bepalingen van de strafbaarstellingen zelf ook gecodificeerd.
Op grond van art. 9 lid 4 WvSr kan de rechter in geval van veroordeling tot hechtenis, waarvan het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel ten hoogste zes maanden bedraagt, tevens een taakstraf opleggen.
De hechtenis is een hoofdstraf en kan met bijkomende straffen (verbeurdverklaring, ontzetting van rechten en openbaarmaking van de uitspraak) worden gecombineerd op grond van art. 9 lid 5 WvSr. De mogelijkheid van ontzetting uit het beroep wordt – voor wat betreft toepasbaarheid in het fiscale – expliciet benoemd in art. 69 lid 6 en 69a lid 2 AWR.
De hechtenis is een straf die ook voorwaardelijk kan worden opgelegd, op grond van art. 14a lid 1 WvSr. Hierbij geldt de algemene voorwaarde van art. 14c lid 1 onder a WvSr: de veroordeelde mag zich voor het einde van zijn proeftijd (als bedoeld in art. 14b WvSr) niet schuldig maken aan een strafbaar feit.