Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/12.4.4:12.4.4 De aannemelijkheid van de vordering: welke eisen worden daaraan gesteld?
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/12.4.4
12.4.4 De aannemelijkheid van de vordering: welke eisen worden daaraan gesteld?
Documentgegevens:
Peter Jansen, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Peter Jansen
- JCDI
JCDI:ADS982170:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 12.3.5 is al aan de orde gekomen dat de rechter in kort geding niet gebonden is aan de regels van het bewijsrecht. De rechter kan in kort geding bepalen welke feiten voorshands aannemelijk worden geacht en kan dit oordeel in hoge mate baseren op de aannemelijkheid van bepaalde stellingen.1
Voor de toewijsbaarheid en aannemelijkheid van geldvorderingen in kort geding heeft de Hoge Raad nadere eisen geformuleerd. Daarbij is ook een loonvordering na een ontslag op staande voet als geldvordering aangemerkt.2 In paragraaf 12.7.2 wordt daarop nader ingegaan.
Wanneer is een vordering in kort geding voldoende aannemelijk? Dat hangt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.