Levering en verpanding van toekomstige goederen
Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/2.5.4:2.5.4 Slotsom
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/2.5.4
2.5.4 Slotsom
Documentgegevens:
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS478033:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. UNCITRAL Secured Transactions, p. 20, 32-33 en 78; McCormack 2004, p. 15-16 en McCormack 2011, p. 60 e.v. Vgl. ook HR 3 februari 2012, JOR 2012/200, m.nt. B.A. Schuijling, NJ 2012/261, m.nt. F.M.J. Verstijlen (Dix q.q./ING), r.o. 4.9.2-4.9.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
43. De historische ontwikkeling van het moderne Nederlandse recht op het punt van de levering van toekomstige goederen laat zien dat de aanvankelijke weerstand en obstakels stukje bij beetje zijn geslecht. Het huidige recht omarmt het uitgangspunt dat toekomstige goederen bij voorbaat geleverd kunnen worden. Desondanks bestaan er nog tal van beperkingen en onzekerheden. Hiervoor kwam de beperking uit art. 3:239 lid 1 BW op de stille verpanding van toekomstige vorderingen aan de orde. Het beschikken over toekomstige registergoederen is zelfs in zijn geheel uitgesloten (art. 3:97 lid 1 BW). Daarnaast bestaat in de rechtspraktijk bijvoorbeeld onzekerheid over de mogelijkheden om toekomstige aandelen in kapitaalvennootschappen en toekomstige rechten van intellectueel eigendom bij voorbaat te leveren.
De mogelijkheid om toekomstige goederen bij voorbaat te leveren en bij voorbaat zekerheidsrechten te vestigen op deze goederen wordt tegenwoordig gezien als een fundamenteel principe van een modern goederen- en zekerhedenrecht. Het gaat daarbij om de mogelijkheid voor een vervreemder om nu zijn toekomstige vermogensbestanddelen effectief te leveren of in onderpand te geven, zonder de noodzaak van latere aanvullende documentatie of handelingen. Een dergelijk stelsel, zo is de aanname, kan bijdragen aan een vlot functionerend handels- en kredietverkeer en aan het beperken van transactiekosten.1 Gelet op de historische ontwikkeling van de rechtsfiguur en de moderne trend tot een ruimhartig faciliteren van het beschikken over toekomstige goederen, valt te verwachten dat de resterende obstakels zullen worden afgeschaft indien zij geen redelijk doel (meer) dienen of worden heroverwogen indien de betrokken belangen op een andere, minder ingrijpende wijze kunnen worden gediend. Eveneens gerechtvaardigd is de verwachting dat de bestaande onzekerheden, met een vergelijkbare praktische en faciliterende houding, kunnen worden weggenomen.