NJB 2024/2538
Beoordeling klachtschrift van betrokkene bij wie ter uitvoering van een EOB voorwerpen in beslag zijn genomen, art. 5.4.10 lid 1 jo 552a Sv: herhaling en toepassing HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:653. Het oordeel van de rechtbank dat de raadkamer zonder kennisneming van het EOB over het klaagschrift kon oordelen, is niet begrijpelijk. Over de procedure merkt de Hoge Raad verder op dat het ter beoordeling aan de rechter staat of zich – gelet op art. 5.4.3, 5.4.4 en 5.4.6 Sv – een grond voordoet voor het weigeren van de erkenning of de uitvoering van het EOB, dan wel voor uitstel van de erkenning of de uitvoering van het EOB. Daarnaast kan de rechter in voorkomende gevallen ook beoodelen of de bevoegdheid waarmee uitvoering is gegeven aan het EOB rechtmatig is toegepast, waarbij de rechter zich moet beperken tot een onderzoek naar de formaliteiten waaraan de inbeslagneming moet voldoen. Voorts staat in de klaagschriftprocedure ter beoordeling of de in beslag genomen voorwerpen het bewijsmateriaal betreffen waarop het EOB betrekking heeft en dat de uitvaardigende autoriteit met dat bevel beoogt te verkrijgen.
HR 19-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1685
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/01251 Br
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1685, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1029, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 15‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑07‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑07‑2024
- Wetingang
Essentie
Beoordeling klachtschrift van betrokkene bij wie ter uitvoering van een EOB voorwerpen in beslag zijn genomen, art. 5.4.10 lid 1 jo 552a Sv: herhaling en toepassing HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:653. Het oordeel van de rechtbank dat de raadkamer zonder kennisneming van het EOB over het klaagschrift kon oordelen, is niet begrijpelijk. Over de procedure merkt de Hoge Raad verder op dat het ter beoordeling aan de rechter staat of zich – gelet op art. 5.4.3, 5.4.4 en 5.4.6 Sv – een grond voordoet voor het weigeren van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.