Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/6.4.1.3:6.4.1.3 Tussenconclusie
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/6.4.1.3
6.4.1.3 Tussenconclusie
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS501092:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1981, 16983, nr. 3, p. 13-14.
Artikel 6:236 BW, respectievelijk de bijlage bij de Europese Richtlijn uit 1993 en artikel 6:237 BW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever expliciet oog heeft gehad voor de door de rechter benodigde ruimte en de voor de (proces)partijen benodigde rechtszekerheid.1
Door de opgeworpen drempels (onder meer de beperkte doelgroep die een beroep kan doen op artikel 6:233 e.v. BW) wordt de ruimte van de (proces)partijen zoveel mogelijk in stand gelaten. Maar als de drempel wordt gehaald, kan de beperking van de ruimte van de (proces)partijen substantieel zijn. Niet alleen op grond van de deels ingekleurde (deels gesloten) norm aan de hand van de zwarte, blauwe en grijze lijst2, maar ook op grond van de open norm buiten deze inkleuring.
Als getoetst kan worden aan de open norm, heeft de rechter veel ruimte, onder meer omdat hij rekening houdt met de omstandigheden van het geval.
Zodra de rechter de grens van het toepassingsbereik van artikel 6:233 e.v. BW oprekt, komt niet alleen de ruimte van de (proces)partijen, maar ook de rechtszekerheid in het geding.
Gelet op de ruimte die de toetsing aan alle (overige) omstandigheden van het geval (artikel 6:233 sub a BW) de rechter biedt, is ook hier (net als bij de eerder behandelde open normen) van belang dat de rechter in zijn uitspraak inzicht geeft in zijn afwegingen.