AB 2023/303
Wat mag worden meegewogen in het kader van een voorevaluatie om te beoordelen of een passende beoordeling nodig is?
HvJ EU 15-06-2023, ECLI:EU:C:2023:477, m.nt. S.D.P. Kole (Eco Advocacy)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
15 juni 2023
- Magistraten
A. Prechal, M.L. Arastey Sahún, F. Biltgen, N. Wahl, J. Passer
- Zaaknummer
C-721/21
- Noot
S.D.P. Kole
- Roepnaam
Eco Advocacy
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS932504:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2023:477, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 15‑06‑2023
ECLI:EU:C:2023:39, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie (Advocaat-Generaal), 19‑01‑2023
- Wetingang
Art. 6 lid 3 Habitatrichtlijn
Essentie
Kenmerken die de gevolgen van een project of plan beperken mogen, voor zover sprake is van een inherent standaardonderdeel, worden meegewogen in het kader van een voorevaluatie.
Samenvatting
Gelet op de voorgaande overwegingen dient op de vijfde vraag te worden geantwoord dat artikel 6, lid 3, van richtlijn 92/43 aldus moet worden uitgelegd dat het een bevoegde instantie van een lidstaat weliswaar niet de verplichting oplegt om in de motivering van een besluit om voor een plan of project dat gevolgen kan hebben voor een uit hoofde van die richtlijn beschermd gebied, een vergunning te verlenen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.