Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/4.6.3
4.6.3 Toegankelijkheid van het faillissementsverslag
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675684:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Aangezien de Rechtspraak hierover gaat, hoeft de curator hier niet op toe te zien.
Conceptwetsvoorstel Verzamelwet gegevensbescherming, Memorie van Toelichting, p. 33.
Er wordt niet vermeld of de gegevens dan ook worden gewist. Het zou aanbeveling verdienen als de Rechtspraak hier ook informatie over verschaft.
Zie hierover ook Van Opijnen 2014, p. 251-252.
HvJ EU 9 maart 2017, ECLI:EU:C:2017:197 (Salvatore Manni), r.o. 58.
Vergelijk Verstijlen 2018, §4 waarin hij onderzoekt of dit altijd gebeurt en concludeert dat veel verslagen via Google vindbaar en raadpleegbaar zijn, “ook met betrekking tot vele jaren geleden afgewikkelde verslagen”.
Deze adviezen zijn niet meer terug te vinden op de website van de AP. Ze zijn nog wel via Google te vinden. Ze zijn daarnaast gebaseerd op de voorganger van de AVG, de Wet bescherming persoonsgegevens. Toch is het van belang om de overwegingen mee te nemen. Niet te verwachten is dat dit onder de AVG heel anders zal zijn. CBP 2003 en CBP 2005. In het advies uit 2003 geeft het CBP aan dat toegang via internet met zich mee brengt de mogelijkheid van een verbreding van gebruiksmogelijkheden van de persoonsgegevens in publicaties. Een toegang zonder beperkingen zou een gebruik van de persoonsgegevens mogelijk kunnen maken, dat veel verder gaat dan nodig is voor het doel van de publicaties en zou daarmee in strijd kunnen komen met art. 9 WBP (onverenigbaar gebruik) en art. 11 WBP (bovenmatig). Beperkingen kunnen worden gerealiseerd door criteria te hanteren waarmee wordt voorkomen dat er ongebreideld wordt gezocht. Het CBP denkt hierbij bijvoorbeeld dat er alleen kan worden gezocht op de bedrijfsnaam van gefailleerde, de vestigingsplaats, het insolventienummer of naam van de curator. In het advies uit 2005 voegt het CBP daaraan toe dat het voor de hand ligt om het faillissementsverslag alleen te publiceren op rechtspraak.nl.
Zoals bijvoorbeeld het invoeren van een kenmerk, ABRvS 19 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2743, r.o. 11.2. Zie ook Verstijlen 2018, §4.
ABRvS 19 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2743, r.o. 11.2.
ABRvS 19 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2743, r.o. 5. Zie ook CBP 2007, p. 17.
Zie ook Verstijlen 2018.
Nadat de inhoud van het faillissementsverslag is bepaald, dient het verslag in lijn met de AVG te worden geopenbaard. Hierbij spelen de principes van minimale gegevensverwerking en opslagbeperking een grote rol.
De AVG vereist dat gegevens niet langer worden bewaard dan noodzakelijk is. Dit betekent bijvoorbeeld dat het faillissementsverslag na enige tijd van het internet moet worden verwijderd of bij de griffie moet worden weggehaald.1 In het conceptartikel 68a Fw stelt de minister dat het faillissementsverslag gedurende een “redelijke” periode beschikbaar moet worden gehouden.2 Daaronder wordt, aldus de toelichting op het conceptwetsvoorstel Verzamelwet gegevensbescherming, “in ieder geval begrepen de periode waarin het faillissement loopt”.3
In het CIR zijn verslagen momenteel zichtbaar tot zes maanden na publicatie van de beëindiging van het faillissement.4 Mogelijk is dit dus langer dan de minister noodzakelijk acht, maar uit de toelichting bij het conceptwetsvoorstel Verzamelwet gegevensbescherming is dat moeilijk op te maken. Gedurende het faillissement zijn de verslagen noodzakelijk om eenieder te kunnen informeren. Met ditzelfde doel kan het noodzakelijk zijn het verslag gedurende een korte periode na afloop van het beëindigen van het faillissement openbaar te houden. Daarnaast heeft het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), de voorganger van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), geoordeeld dat zes maanden niet onredelijk is.5 Uit de uitspraak Salvatore Manni van het HvJ EU volgt bovendien dat gegevens in het register van de Kamer van Koophandel die een natuurlijke persoon in verband met een faillissement van een vennootschap brengen, een “voldoende lange termijn” voor iedereen beschikbaar mogen zijn. In casu was een periode van twee jaar na afronding van het faillissement nog geen onredelijke periode, omdat “slechts een beperkt aantal persoonsgegevens openbaar worden gemaakt, namelijk de gegevens met betrekking tot de identiteit en respectieve taken van de personen die de bevoegdheid hebben de betrokken vennootschap ten opzichte van derden te verbinden en haar in rechte te vertegenwoordigen, deelnemen aan het bestuur van, het toezicht of de controle op die vennootschap, of zijn benoemd tot vereffenaar van de vennootschap”.6 Ik meen dan ook dat een periode van zes maanden een “redelijke periode” is.
Zoals ik al heb besproken in §4.4.2, heeft de curator naar mijn mening geen grondslag om het faillissementsverslag integraal op zijn website te plaatsen. In bepaalde gevallen heeft de curator er echter wel een belang bij om het verslag op een bepaalde manier onder de aandacht te brengen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer veel personen interesse hebben in de afwikkeling van een bepaald faillissement, omdat het faillissement een grote maatschappelijke impact heeft. Het is dan mogelijk om een hyperlink op te nemen naar het verslag, waardoor het te vinden is via de website van de curator maar daarop niet direct openlijk staat. Dit heeft onder meer te maken met de voorwaarden voor digitale toegang die het CBP en de AP hebben gesteld.
Ten eerste worden bij het plaatsen van een hyperlink minder persoonsgegevens verwerkt dan wanneer het gehele verslag op de website wordt gezet. Ten tweede wordt bij het plaatsen van een hyperlink in ieder geval voldaan aan het beginsel van opslagbeperking. De curator hoeft er geen zorg voor te dragen dat de verslagen van zijn website worden gehaald. In plaats daarvan is de link na een bepaalde periode niet meer functionerend.7 Ten derde heeft het CBP expliciet aangegeven dat het direct op de website plaatsen van een verslag problematisch is, terwijl een hyperlink lijkt te voldoen aan de voorwaarden. Het CBP heeft twee adviezen gegeven over de verwerkingen van persoonsgegevens op de website van de Raad voor de rechtspraak.8 In een later uitgevoerd onderzoek kwam de AP tot de conclusie dat het CIR in overeenstemming was met die adviezen, maar de website van de curator in kwestie niet. Dit kwam vooral doordat die laatste website rechtstreeks toegang tot het faillissementsverslag bood, zonder dat daarbij voldoende waarborgen in acht waren genomen.9 Als een curator zijn openbaar verslag op het internet zet zonder toegangsrestricties, maakt hij ”ruimer gebruik van persoonsgegevens […] dan nodig is voor het doel van de publicaties”.10 Ook voor het informeren van eenieder is het niet noodzakelijk de informatie op de eigen website te plaatsen. De Raad van State gaf aan dat waarborgen bijvoorbeeld kunnen zijn het gebruik van specifieke zoektermen zoals de bedrijfsnaam, het insolventienummer of de naam van de curator. Essentieel is dat “rechtstreekse toegang tot de verslagen via zoekmachines” is uitgesloten.11 De curator zal, wanneer hij het verslag op zijn eigen website plaatst, maatregelen moeten treffen waardoor het verslag niet-indexeerbaar is en niet openlijk op de homepagina van de eigen website staat maar is afgeschermd. Daarnaast mag het stuk slechts voor een bepaalde tijd beschikbaar zijn.12 Aan al deze voorwaarden wordt voldaan wanneer de curator een hyperlink opneemt.