De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/9.2.6:9.2.6 Conclusie
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/9.2.6
9.2.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232378:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het bij uiterste wilsbeschikking oprichten van een stichting is in zowel Nederland, Duitsland als België mogelijk. Toch zijn de verschillen groot. In Nederland heeft de stichting zich in de loop van de tijd kunnen ontwikkelen van doelvermogen naar organisatievorm. Dit geldt voor alle stichtingen, dus ook voor de bij dode opgerichte stichting. In Duitsland heeft het denken omtrent de stichting dat zich in Nederland heeft voorgedaan van (uitsluitend) doelvermogen naar (ook) organisatievorm niet plaatsgevonden. Hoewel het altijd gissen is naar de achtergronden van iets wat niet is gebeurd, ben ik ervan overtuigd dat de traditionele rol van de overheid een grote rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de stichting in Nederland en Duitsland. Om precies te zijn: de afwezigheid van een rol voor de overheid in Nederland en een zeer actieve rol voor de overheid in Duitsland, waarover ik schreef in 2.2 en 2.3. Alles wat afweek van de traditie kon in Duitsland niet ontstaan. In zekere zin kan over de ontwikkeling in België (zie 2.4) hetzelfde worden gezegd als van die in Duitsland. In België speelde de overheid ook een grote rol. Deze rol was hier echter het bestrijden van de stichting. Deze houding valt te verklaren uit de angst voor vermogen in de dode hand. Pas sinds begin van deze eeuw is die angst kennelijk aan het afnemen en zijn de mogelijkheden voor het oprichten van stichtingen vergroot. Toch zijn nog twee grote obstakels aanwezig. Om te beginnen kent België de wettelijke specialiteit. Dit is een uit de Napoleontische wetgeving voortkomende bepaling tegen instellingen van de dode hand. De wettelijke specialiteit heeft tot gevolg, dat rechtshandelingen verricht door een rechtspersoon in strijd met de wettelijke specialiteit nietig zijn. Voor de stichting is het belangeloos doel de wettelijke specialiteit. Zolang deze relikwie uit het verleden niet wordt opgeruimd, zal een verdere ontwikkeling van de stichting aldaar een lastige opgave zijn. Het andere obstakel is de fiscale behandeling van de stichting. De taks tot vergoeding van successierechten kan zeer zwaar drukken, vooral als de stichting ook schulden heeft. Tel daarbij op de vennootschapsbelasting of de personenbelasting en de fiscale molensteen is compleet, zo bleek in 8.7.