Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/13.11.1:13.11.1 Achtergrond
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/13.11.1
13.11.1 Achtergrond
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947811:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 35-37 Wfpp.
Ook leek mee te spelen dat zich in de praktijk weinig tot geen problemen hadden voorgedaan met de inrichting van het toezicht: Commissie-Veling 2018, p. 7.
Commissie-Veling 2018, p. 7.
Kamerstukken II 2020/21, 35657, nr. 3, p. 11; Zie in het bijzonder art. 24 van de Kaderwet adviescolleges.
Zie daarover verder par. 8.5.
Kamerstukken II 2021/22, 35657, nr. 76. De motie werd ook door de coalitiepartijen gesteund.
Art. 75-77 conceptvoorstel Wpp.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het toezicht op de naleving van de Wfpp berust bij de minister van BZK. De wet geeft de minister de mogelijkheid om partijen een bestuurlijke boete op te leggen wanneer zij de transparantieverplichtingen niet naleven. 1De minister bedient zich daarbij van het advies van een Commissie toezicht financiën politieke partijen (Ctfpp). Deze commissie bestaat uit drie deskundigen op het gebied van partijfinanciering, die door de minister zelf worden benoemd. De boete bedraagt ten hoogste € 25.000, een bedrag dat toekomt aan de staat. De boete kan verrekend worden met de door een partij ontvangen subsidie.
In haar evaluatie van de Wfpp constateerde de Commissie-Veling dat het aanwijzen van de minister als toezichthouder een risico op politieke beïnvloeding met zich brengt. Een werkbaar alternatief kon de commissie echter niet bedenken.2 Wel adviseerde zij om de rol van de Ctfpp op drie punten te versterken. Het adviesrecht van de commissie zou uitgebreid moeten worden en de hele Wfpp moeten omvatten, de minister moest slechts gemotiveerd van de adviezen kunnen afwijken en lidmaatschap moet niet toegestaan zijn binnen vier jaar na het uitoefenen van een volks-vertegenwoordigende of bestuurlijke functie.3 In het voorstel voor de Evaluatiewet Wfpp werden deze punten overgenomen, met uitzondering van de motiveringsplicht voor de minister bij afwijking van een advies. Volgens de regering volgde een dergelijke plicht al uit de Kaderwet adviescolleges.4
Hoewel de toezichthoudende bevoegdheid ook onder de herziene Wfpp bij de minister van BZK bleef rusten, bleek de regering niettemin voornemens om dit stelsel op termijn te veranderen. Zij zegde toe dat, bij de voorbereiding van de Wet op de politieke partijen, 5uitvoering zou worden gegeven aan een eerdere motie-Den Boer, die de regering verzocht om het toezicht op politieke partijen volledig onafhankelijk te organiseren.6 Tijdens de behandeling van het voorstel voor de Evaluatiewet Wfpp werd vervolgens nog een motie met dezelfde strekking aangenomen.7 Blijkens het conceptvoorstel voor de Wet op de politieke partijen (Wpp), dat eind december 2022 in internetconsultatie ging, moet het toezicht in de toekomst bij een nieuw op te richten Autoriteit Wet op de politieke partijen (hierna: de Autoriteit) komen te liggen. De Autoriteit wordt een zelfstandig bestuursorgaan en moet gaan bestaan uit een maximaal vijfkoppig bestuur, dat ondersteund wordt door een secretariaat. De leden van het bestuur worden voor ten hoogte vier jaar door de minister benoemd. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd. 8