Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/4.3.1.2:4.3.1.2 Initiatief van partijen
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/4.3.1.2
4.3.1.2 Initiatief van partijen
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS303402:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
149.
Speelt bij de vraag of de nationale rechter strikt gebonden is aan de ingediende vordering nog een rol hoe actief de consument zich in het geding opstelt? Wellicht wel. De Asturcom-zaak roept in ieder geval vragen op met betrekking tot de mate van activiteit die een procespartij – in het geval van Asturcom betrof het een consument – aan de dag moet leggen om aanspraak te kunnen maken op doorbreking van een nationale procesbepaling.
Mevrouw Rodriguez Nogueira had een abonnement voor mobiele telefonie afgesloten met Asturcom, maar zij hield op enig moment op met het betalen van de maandelijkse termijnen. De overeenkomst bevatte een arbitragebeding, op grond waarvan Asturcom mevrouw Rodriguez Nogueira betrok in een arbitrageprocedure. Bij arbitraal vonnis werd mevrouw Rodriguez Nogueira veroordeeld tot betaling van een aantal termijnen. Aangezien mevrouw Rodriguez Nogueira geen vordering tot vernietiging van het arbitraal vonnis instelde, werd het vonnis op enig moment definitief. Om het ook daadwerkelijk ten uitvoer te kunnen leggen, had Asturcom een exequatur nodig. Pas op dat moment bemerkte de Spaanse rechter dat het arbitragebeding oneerlijk was. Hij vroeg zich af of hij het arbitraal vonnis ambtshalve kon vernietigen, omdat het berustte op een oneerlijk arbitragebeding. Los van de vraag wat de specifieke uitkomst van de procedure was – die wordt nog uitgebreid besproken – bevatte deze zaak een eigenaardigheid. Mevrouw Rodriguez Nogueira had namelijk op geen enkel moment deelgenomen aan de procedure. In die gevallen, zo bepaalde het HvJ EU in Asturcom:
“(…) kan het doeltreffendheidsbeginsel niet tevens impliceren dat van de nationale rechter wordt verlangd dat hij niet alleen een procedureel verzuim van een met zijn rechten onbekende consument herstelt, zoals in de zaak die tot het voornoemde arrest Mostaza Claro aanleiding heeft gegeven, maar ook volledig de totale passiviteit verhelpt van de betrokken consument die, zoals verweerster in het hoofdgeding, noch aan de arbitrageprocedure heeft deelgenomen, noch een vordering tot vernietiging van het arbitrale vonnis heeft ingesteld, waardoor dit vonnis definitief is geworden.”1
Kennelijk dient de nationale rechter dus wel procedurele verzuimen – het niet aanvoeren van relevante bepalingen – voor een consument te verhelpen, maar gaat dat niet zo ver dat een volledig passieve houding dient te worden verholpen. Bij eerste lezing lijkt het er dus op dat er voor een ambtshalve ingrijpen een aanknopingspunt in het gedrag van de consument dient te kunnen worden gevonden. Dat is ook de lijn die het HvJ EU koos in het latere Pohotovost-arrest.2 Tegelijkertijd dient wel te worden gewezen op het feit dat zowel Asturcom als Pohotovost arbitragezaken betroffen en het HvJ EU springt met zaken die voortkomen uit arbitrageprocedures anders om dan met reguliere consumentengeschillen. In hoeverre dat de overweging met betrekking tot de passiviteit van de consument kan verklaren of dat sprake is van een algemene, op alle consumentengeschillen toepasbare overweging wordt in het volgende hoofdstuk besproken.