Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/3.2
3.2 Het begrippenkader van Hohfeld – acht juridische posities
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS303990:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Hohfeld 1913; Hohfeld 1917.
Een verzuchting die later nog meermaals is herhaald; zie bijvoorbeeld Sumner 1987, p. 1; Rainbolt 2006, p. xi; Eleftheriadis 2008, p. 2.
Ik spreek in dit boek over ‘juridische posities’ in plaats van – zoals Hohfeld doet – ‘juridische relaties’; dit laatste zou de tekst onnodig complex maken; zie in deze zin ook Wellman 1985, p. 20; Thomson 1990, p. 41. Er is geen inhoudelijk verschil beoogd.
Hohfeld suggereert verschillende benamingen voor de acht begrippen: ‘right’ in plaats van ‘claim’, ‘legal obligation’ in plaats van ‘duty’, ‘privilege’ of ’licence’ in plaats van ‘liberty’, ‘ability’ of ’capacity’ in plaats van ‘power’, ‘subjection’ of ’responsability’ in plaats van ‘liability’, ‘exemption’ in plaats van ‘immunity’ en ‘inability’ in plaats van ‘disability’. Ik heb voor de hoofdtekst de benamingen gekozen die het meest intuïtief en tegenwoordig het meest gangbaar zijn.
Om te bepalen welke ‘liberties’ A heeft kan de volgende vraag worden beantwoord: “Wat mag A doen zonder dat B hem juridisch kan dwingen zijn gedrag te veranderen?” Zie Corbin 1919, p. 165.
Om te bepalen welke ‘immunities’ A heeft kan de volgende vraag worden beantwoord: “Wat kan B niet doen om zijn juridische relaties met A te veranderen?” Zie Wilson 1979, p. 193.
Een Nederlandse vertaling wordt gegeven door van Gerven & Lierman 2010, p. 481. Zij gebruiken de begrippen ‘eisrecht’, ‘faculteit’, ‘bevoegdheid’, ‘immuniteit’, ‘plicht’, ‘niet-recht’, ‘gebondenheid’, respectievelijk ‘machteloosheid’. Helemaal sluitend is dit niet indien men een ‘bevoegdheid’ opvat als een combinatie van een ‘power’ en een ‘liberty’, zie in deze laatste zin van Gerven 1961, p. 2048; van Gerven 1969, p. 94.
67. Hohfeld heeft zijn opvattingen neergelegd in twee artikelen.1 Het voornaamste doel dat hij met deze twee artikelen wilde bereiken was niet het beantwoorden van de vraag wat een recht is, maar het verhelderen van het juridisch taalgebruik. Het viel hem op dat er in zijn tijd vaak werd gezegd dat iemand (een) ‘recht’ ergens op had, maar dat daarmee bij nadere beschouwing niet steeds hetzelfde werd bedoeld.2 Om te begrijpen waar Hohfeld op doelt, is het nuttig om te beginnen met een voorbeeld:
A heeft een stuk grond. Dat betekent dat hij het recht heeft anderen, zoals B, het gebruik van de grond te ontzeggen. Zelf heeft A het recht de grond te gebruiken zoals hij wil, ongeacht wat B daarvan vindt. De grond van A is ingesloten door de grond van B; dat betekent dat A het recht heeft om van B een noodweg te vorderen. A heeft andersom het recht een verzoek tot noodweg van B af te wijzen; het perceel van B is immers niet ingesloten. Hier tegenover staat dat B, die geen rechthebbende is van de grond van A, niet het recht heeft om de grond van A te gebruiken. Ook heeft hij niet het recht om A een bepaald gebruik van de grond op te leggen. Verder heeft B het recht niet om A een noodweg te ontzeggen. Omdat de grond van B niet is ingesloten door de grond van A, heeft B niet het recht om een noodweg van A te vorderen.
68. In het voorbeeld wordt aan A vier keer een ‘recht’ toebedeeld, terwijl B viermaal een ‘recht’ wordt ontzegd. Wordt met de term ‘recht’ steeds hetzelfde bedoeld? Hohfeld meent van niet; het is zijn doel om te laten zien dat deze acht juridische posities van verschillende aard zijn.3 Hij ontwikkelt in zijn artikelen daarom een begrippenkader, waarin hij aan de bovenstaande acht juridische posities elk een eigen term toebedeelt. Het gaat volgens hem om een ‘claim’, ‘liberty’, ‘power’, ‘immunity’, ‘duty’, ‘no-right’, ‘liability’, respectievelijk ‘disability’.4 Ik leg deze begrippen na het hieronder gegeven overzicht nader uit.
Claim:
A heeft het recht B het gebruik van zijn grond te ontzeggen
Liberty:
A heeft het recht om zijn grond te gebruiken ongeacht hoe B wil
Power:
A heeft het recht om van B een noodweg te vorderen
Immunity:
A heeft het recht B een noodweg te ontzeggen
Duty:
B heeft niet het recht om de grond van A te gebruiken
No-right:
B heeft niet het recht A een bepaald grondgebruik op te leggen
Liability:
B heeft niet het recht om A een noodweg te ontzeggen
Disability:
B heeft niet het recht om van A een noodweg te vorderen
69. Een ‘claim‘ is de juridische mogelijkheid die een persoon heeft om een prestatie van een andere persoon af te dwingen. Zo kan A afdwingen dat B zich ervan onthoudt zonder A’s toestemming de grond van A te betreden. Een ‘liberty’ is de vrijheid die bestaat wanneer men niet gebonden is door een ‘claim’ van een ander.5 B kan niet van A afdwingen hoe hij van zijn eigen grond gebruik dient te maken. Een ‘power’ is de mogelijkheid om (zelfstandig) door een wilsuiting een juridische relatie in het leven te roepen, te veranderen, of te beëindigen. A heeft de mogelijkheid om van B een noodweg te vorderen; door het inroepen van deze bevoegdheid verandert de relatie met B, die nu moet dulden dat A zich over zijn grond beweegt. Een ‘immunity’ geeft aan dat A niet gebonden is aan een ‘power’ van een ander.6 B kan van A geen noodweg vorderen. Een ‘duty’ is een verplichting die een persoon heeft jegens een andere persoon. Zo is B gehouden om zich niet zonder toestemming op de grond van A te begeven. Een ‘no-right’ is de afwezigheid van een ‘claim’; B kan A er niet van weerhouden om van A’s grond gebruik te maken. Een ‘liability’ is de mogelijkheid om door een ander gebonden te worden indien die een ‘power’ uitoefent; B staat bloot aan de uitoefening van A’s bevoegdheid een noodweg te vorderen. Een ‘disability’, ten slotte, is de afwezigheid van een ‘power’. B kan van A niet vorderen dat hem een noodweg wordt toegestaan, omdat B’s grond niet door de grond van A is ingesloten.
70. In de rest van dit boek zal ik de door Hohfeld geïntroduceerde Engelstalige terminologie aanhouden.7 De reden daarvoor is dat daarmee duidelijk is wanneer ik het over begrippen uit het model heb en wanneer over figuren naar Nederlands recht.