Billijkheidsuitzonderingen
Einde inhoudsopgave
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/1.5.5:1.5.5 Strikt en/of feitelijk geformuleerde wettelijke voorschriften
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/1.5.5
1.5.5 Strikt en/of feitelijk geformuleerde wettelijke voorschriften
Documentgegevens:
mr. F.S. Bakker, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. F.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS359431:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Par. 1.5.6.
‘Evaluatieve term’ is ontleend aan Groenewegen 2006, p. 8 (‘als voor de toepassing van de term een waardeoordeel geveld moet worden, zoals bij de woorden “goed”, “nuttig” of “mooi”’) en p. 28; en Hage 2010, p. 296-298 (die evaluatieve termen definieert als ‘vage termen’ en de normen waarin ze voorkomen als ‘open normen’).
Duk 1988.
Nogmaals: tenzij zij creatief worden geïnterpreteerd (par. 1.5.7).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit onderzoek gaat over uitzonderingen op strikt en/of feitelijk geformuleerde wettelijke voorschriften en op gebonden bevoegdheden (van bestuursorganen). Een strikt geformuleerd voorschrift laat de toepasser ervan blijkens zijn (duidelijke) bewoordingen geen ruimte voor een eigen afweging.
Bijvoorbeeld artikel 2 Opiumwet: ‘het is verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I ... (C) aanwezig te hebben’: het voorschrift biedt de rechter niet de ruimte het aanwezig hebben van een middel uit lijst I toe te staan.
Een voorschrift is feitelijk geformuleerd als gezien zijn bewoordingen niet voor discussie vatbaar is naar welk concept in de werkelijkheid het verwijst.
Feitelijk geformuleerd is bijvoorbeeld lijst I van de Opiumwet, waar alle verboden harddrugs zijn opgesomd.
Een wettelijk voorschrift is niet zelden zowel strikt als feitelijk geformuleerd.
Dat is artikel 2 Opiumwet dus ook, aangezien het verbiedt op lijst I vermelde drugs aanwezig te hebben.
Alleen strikt en/of feitelijk geformuleerde wettelijke voorschriften en gebonden bevoegdheden behoeven billijkheidsuitzonderingen. Gezien hun formulering dwingen zij de toepasser tot een bepaalde beslissing, en bieden zij hem niet de ruimte voor een andere als hij die evident onbillijk acht. Voor een andere beslissing moeten dergelijke voorschriften daarom buiten toepassing worden gelaten (of niet-tekstueel worden geïnterpreteerd, waarover later meer1).
De tekst van open geformuleerde wettelijke voorschriften en vrije bestuursbevoegdheden biedt wél de ruimte voor een billijke beslissing – door een afweging binnen het kader van het voorschrift – waardoor een uitzondering niet nodig is. Dit kan blijken uit een evaluatieve term in een voorschrift, die vraagt om een eigen, normatieve waardering door de toepasser.2 Bij voorschriften gericht tot een bestuursorgaan kunnen vrije bevoegdheden gekwalificeerd worden als open normen. Vrije bevoegdheden verlenen beleidsvrijheid (een ‘kan’-bepaling; voor zover het een orgaan rechtens vrijstaat van uitoefening van een bevoegdheid af te zien als de voorwaarden voor rechtmatige uitoefening wel vervuld zijn) of beoordelingsvrijheid (als de toepasser een bepaalde mate van vrijheid heeft om te beoordelen of aan een toepassingsvoorwaarde is voldaan; voor zover het rechtens aan een orgaan is overgelaten om zelfstandig te beoordelen of de voorwaarden voor rechtmatige uitoefening daarvan vervuld zijn).3 Aangezien uitzonderingen op open geformuleerde voorschriften dus niet nodig zijn, vallen deze voorschriften buiten het bereik van dit onderzoek.4
Een wettelijk voorschrift is overigens doorgaans niet geheel open, of volledig strikt of feitelijk geformuleerd; bevoegdheden zijn niet geheel vrij of volledig gebonden. Het onderscheid is gradueel: een voorschrift is meer open dan strikt of feitelijk geformuleerd, een bevoegdheid meer gebonden dan vrij, et cetera. De meer strikt en/of feitelijk geformuleerde voorschriften en gebonden bevoegdheden behoeven eerder uitzonderingen ter voorkoming van evident onbillijke beslissingen dan meer open voorschriften en vrije bevoegdheden.