Einde inhoudsopgave
Medezeggenschap en spanning tussen WOR en Ondernemingsrecht (VDHI nr. 117) 2013/2.4.1
2.4.1 De Gist- en Spiritusfabriek
Mr. J.J.M. van Mierlo, datum 01-08-2013
- Datum
01-08-2013
- Auteur
Mr. J.J.M. van Mierlo
- JCDI
JCDI:ADS484993:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Voetnoten
Voetnoten
Ik ga gemakshalve voorbij aan het reeds in 1839 in het Wetboek van Koophandel opgenomen artikel 367. Dit artikel verplichtte een schipper zich te beraden met zijn officieren en voornaamste scheepsgezellen ‘in alle voorvallen van aanbelang, het zij in onder zeil gaan, kappen van ankers of masten, werpen van goederen, aannemen van helpers of ligters, het inloopen in eene noodhaven, het op het strand zetten van het schip en wat dies meer zij’. Van den Bergh (1924, p. 53) spreekt over dit artikel 367 WvK in termen van een curiositeit.
Voor een uitgebreide beschrijving van de persoon en het werk van Van Marken, zie onder meer Muntendam 1971, p. 19 e.v.
Verburg (2007a, p. 28 noot 33) wijst er op dat diverse schrijvers 1878 als jaar van oprichting noemen, terwijl Van Marken zelf in een bijdrage in de door de directie van Gist en Spiritus uitgegeven brochure Instellingen in het belang van het personeel (Leeuwarden, Coöperatieve Handelsdrukkerij 1890) 1875 als jaar van oprichting noemt. Volgens Verburg laat het verschil tussen 1875 en 1878 zich aldus verklaren dat tussen de oprichting en de evolutie naar drie kamers enige jaren verstreken. De verklaring moet een andere zijn, aangezien de splitsing van drie afdelingen pas in 1890 (b)lijkt te hebben plaats gevonden (Muntendam 1971, p. 28). Een meer voor de hand liggende verklaring voor het verschil in jaartallen is dat Van Marken ook vóór de oprichting van ‘De Kern’ in 1878 al geregeld met zijn twee beambten, de boekhouder en de magazijnmeester overleg voerde over de gang van zaken binnen de onderneming.
Muntendam 1971, p. 81.
Stichting van de Arbeid 1946, p. 6.
De eerste geïnstitutionaliseerde medezeggenschap van werknemers zag in de jaren zeventig van de negentiende eeuw het licht.1 De sociaal bewogen Jacob Cornelis van Marken, directeur van de N.V. Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek (‘Gist en Spiritus’) in Delft,2 riep een instrument in het leven om grotere betrokkenheid van de werknemers te bewerkstelligen bij de onderneming dan het enkele feit dat zij daarin arbeid verrichtten. In 18783 vond de oprichting plaats van ‘De Kern’. Uit het eerste artikel van het reglement blijkt wat de doelstelling van Van Marken met de oprichting van ‘De Kern’ was:
‘De Kern is een vereeniging uit het personeel der Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek, door den directeur opgericht met het doel, in geregelde bijeenkomsten van gedachten te wisselen met vertegenwoordigers van het personeel, en [met het doel, JvM] door onderlinge bespreking van de belangen van het personeel in verband met die der fabriek te worden voorgelicht omtrent hetgeen bevorderlijk kan zijn voor de welvaart van het personeel en het welslagen der onderneming.’
Artikel 5 van het reglement geeft er echter wel blijk van wat de daadwerkelijke verhoudingen nog steeds zijn: de besprekingen en besluiten hebben uitsluitend een raadgevend karakter, ‘zodat de directeur nimmer op eenigerlei wijze geacht kan worden daardoor in zijn volkomen vrijheid van handelen gebonden te zijn’. Rond 1890 wordt de doelstelling van De Kern verbreed tot behartiging van het algemene belang van de onderneming, en worden de bevoegdheden uitgebreid tot een ‘recht van beslissing – niet slechts wanneer en zoo dikwerf dit recht door de directie aan De Kern wordt overgelaten – maar ook wanneer eene der afdelingen voorstellen doet, die uitsluitend de belangen van het personeel raken.’ Daarnaast bevatten de statuten van Gist en Spiritus sinds 1887 bepalingen die weliswaar geen medezeggenschap ten aanzien van de onderneming toekennen, maar die door Muntendam wel worden gekwalificeerd als de eerste sociale paragraaf in de statuten van een Nederlandse N.V:4 ‘De loonen van beambten en werklieden en hunne verhouding tot de vennootschap worden, na hen desverlangend daaromtrent te hebben gehoord, door de directie, onder goedkeuring van commissarissen, geregeld.’. En: ‘10 percent (van de overwinst) worden ter beschikking gesteld van directie en commissarissen, om die te gebruiken, in het belang van het personeel der onderneming, na hen desverlangend daaromtrent te hebben gehoord, op zoodanig wijze als zij zullen goedvinden, …’. Na de oprichting van De Kern bij Gist en Spiritus volgde in de negentiende eeuw nog de oprichting van een dergelijk ‘orgaan’ bij de Machinefabriek van Gebroeders Stork en Co in Hengelo (1883). Vervolgens duurde het tot het begin van de twintigste eeuw voor de oprichting van meer kernen volgde. Doorgaans functioneerde de bestuurder of een vertegenwoordiger van hem als voorzitter, besliste de bestuurder over de uitgaven van de kern, placht hij censuur uit te oefenen op verslagen over activiteiten van de kern en was hij het die besliste of en in welke mate leden van de kern in arbeidstijd activiteiten in of ten behoeve van de kern konden uitoefenen. Oprichting van kernen strekte er inmiddels niet alleen meer toe een vorm van georganiseerd overleg met de eigen werknemers in het leven te roepen, maar ook om de opkomende vakbeweging de wind uit de zeilen te nemen.5