NJB 2019/221
Heffen van griffierecht in een belastingzaak die uitsluitend een boete betreft, is niet in strijd met het EVRM. Geen ongerechtvaardigde ongelijke behandeling tussen strafzaken behandeld door de bestuursrechter en die door de strafrechter
HR 11-01-2019, ECLI:NL:HR:2019:30
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 januari 2019
- Magistraten
Mrs. Koopman, Van Loon en Van Kalmthout
- Zaaknummer
18/01429
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Griffierecht
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Boete
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:30, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑01‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑01‑2019
- Wetingang
Essentie
Heffen van griffierecht in een belastingzaak die uitsluitend een boete betreft, is niet in strijd met het EVRM. Geen ongerechtvaardigde ongelijke behandeling tussen strafzaken behandeld door de bestuursrechter en die door de strafrechter
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
‘2.1.
De Rechtbank heeft verworpen het betoog van belanghebbende dat voor het instellen van haar beroep, dat uitsluitend een verzuimboete betreft, niet de betaling van griffierecht mag worden geëist omdat evenmin griffierecht is verschuldigd voor de behandeling van strafrechtelijke geschillen door de strafrechter.
2.2.
De middelen richten zich tegen de verwerping van het hiervoor in 2.1 weergegeven betoog van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.