Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/9.1
9.1 Inleiding
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS389898:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Snijder-Kuipers, Groene Serie Rechtspersonen, art. 2:19 BW, aant. 8, Deventer: Kluwer 2013.
Zie ook Van den Ingh 1994, p. 814 en Hagens 2011, p. 181-184.
Zie ook Van de Streek e.a. 2012, onder 1.0.3.B.b.13.
Met het oog op de derdenbescherming blijft zich desondanks een probleem voordoen, aangezien er volgens de minister in geval van herleving geen herinschrijving in het handelsregister hoeft plaats te vinden, hetgeen zou blijken uit de woorden ‘doch uitsluitend ter afwikkeling van die vereffening’,Kamerstukken II 1984/85, 17 725, nr. 7 (MvA), p. 20 en Snijder-Kuipers, Groene Serie Rechtspersonen, art. 2:23c BW, aant. 2, Deventer: Kluwer 2012.
Zie ook Van den Ingh 1994, p, 814.
Zoals beschreven in hoofdstuk 8, houdt een turbogeliquideerde BV op te bestaan op het tijdstip van ontbinding en herleeft de BV wanneer de vereffening ex artikel 2:23c lid 1 BW wordt heropend of de BV alsnog failliet wordt verklaard. Uit de door de wetgever gehanteerde termen ‘houdt op te bestaan’ en ‘herleeft’, lijkt te volgen dat de BV in de tussentijd ‘niet bestaat’.1 Naar mijn mening zijn de gehanteerde termen echter onjuist en vindt een dergelijke herleving plaats met terugwerkende kracht2 (zodat de BV geacht wordt ook in de tussentijd te hebben bestaan),3 hetgeen ik gewenst acht vanuit het oogpunt van rechtszekerheid, derdenbescherming4 en proceseconomie.5 Het lijkt mij dat de wetgever niet heeft bedoeld om aan de herleving van een BV geen terugwerkende kracht toe te kennen. Dan komt immers het eigenlijke doel van de herleving van een turbogeliquideerde BV (zijnde het waarborgen van de bescherming van schuldeisers door de alsnog bestaande baten te vereffenen), niet tot haar recht, althans in de situatie waarin sprake is van een bate die ten tijde van ontbinding nog niet bestond. Wanneer aan de herleving van een BV in een dergelijke situatie geen terugwerkende kracht wordt toegekend, bestond ten tijde van het ontstaan van de bate de BV niet en een niet-bestaande BV kan geen schuldenaar (of schuldeiser) zijn.
Wanneer een turbogeliquideerde BV – met terugwerkende kracht – herleeft, kan men twee situaties onderscheiden. Enerzijds kan de herleving van de turbogeliquideerde BV gepaard gaan met een faillissement en anderzijds kan de turbogeliquideerde BV herleven zonder vervolgens in faillissement te geraken.
Wanneer een herleefde turbogeliquideerde BV niet failliet wordt verklaard, maar enkel ter afwikkeling van de heropende vereffening herleeft, is het bestuur nog niet uit zijn lijden verlost. Ook dan kan sprake zijn van bestuurdersaansprakelijkheid. Men kan hierbij denken aan de interne bestuurdersaansprakelijkheid van artikel 2:9 BW (paragraaf 9.2), de onlangs ingevoerde interne bestuurdersaansprakelijkheid op basis van artikel 2:216 lid 3 BW (paragraaf 9.3) de externe bestuurdersaansprakelijkheid van artikel 6:162 BW (paragraaf 9.4), de fiscale aansprakelijkheid op grond van de Invorderingswet (paragraaf 9.5) en de aansprakelijkheid in concernverhoudingen (paragraaf 9.6).