De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.4.1:5.4.1 Algemene opmerkingen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.4.1
5.4.1 Algemene opmerkingen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS400694:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 4: afschaffing van de controle op de naleving van de verzekeringsplicht; art. 6: inlichtingen inwinnen omtrent het schadeveroorzakende voertuig; art. 7: verzekeringseisen aan voertuigen uit derde landen die het grondgebied van de Gemeenschap binnenkomen; art. 8: eis van groene kaart voor voertuigen uit deze derde landen en de aanwijzing van derde landen waarvan de voertuigen gelijk worden gesteld aan voertuigen uit de Gemeenschap.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Richtlijn bepaalt in art. 2, onder a) dat de art. 4, 6, 7 en 8 pas in werking treden nadat de Bureaus van de lidstaten een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan zij de afwikkeling van schaden door bezoekende voertuigen waarborgen overeenkomstig de eigen nationale wetgeving betreffende de verplichte verzekering.1 Daaruit volgt dat de Bureaus de dekking hebben te bieden die op grond van deze nationale wet wordt geëist. Net als bij de schaderegelaar kan hier dus in hoofdzaak worden volstaan met een verwijzing naar de door de verzekeraar te bieden dekking. Zie met name de paragrafen 5.2.2 (aard van de te dekken aansprakelijkheid), 5.2.4 (de aard van de te dekken schade), 5.2.5 (de verzekerde som), 5.2.6 (de kring van verzekerden), 5.2.7 (de kring der benadeelden), 5.2.8 (de toegelaten dekkingsbeperkingen en -uitsluitingen). Met de 5e Richtlijn is ook het regime van de gemotiveerd-antwoordprocedure op de Bureaus van toepassing geworden.
Een aantal aspecten verdient echter enige nadere aandacht. Het betreft de te verzekeren sommen, het regime van de dekkingsbeperkingen en -uitsluitingen en dat van de gemotiveerd-antwoordprocedure, terwijl ook het vraagstuk van de dekkingsgeschillen tussen verzekeraar (of liever in dit kader: het Bureau) en het waarborgfonds nader bezien moet worden. In paragraaf 5.4.2 wordt de Richtlijn onder de loep genomen; paragraaf 5.4.3 onderzoekt het Nederlandse recht.
Voor zover het 'regelend' Bureau optreedt als garant in geval van een verzekerd motorrijtuig heeft het Bureau (mede) te gelden als vertegenwoordiger van het Bureau van de lidstaat waar het aansprakelijke voertuig gewoonlijk is gestald (zie par. 4.5.5.2 onder b) en 4.5.5.3 onder b)). Dat Bureau treedt op zijn beurt weer op als garant van de verzekeraar die het voertuig verzekerd heeft. In zoverre kan worden volgehouden dat de schade hier op grond van de polis wordt geregeld.
Het Bureau treedt, voor zover het voertuigen betreft die gewoonlijk zijn gestald in een lidstaat of daarmee gelijk gesteld derde land, ook op als het aansprakelijke voertuig niet verzekerd is. Juist in dat verband rijzen enkele bijzondere vragen.