Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.5.2.2:19.5.2.2 Gegevensverstrekking door andere overheidsinstanties; internationale bijstandsverlening
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.5.2.2
19.5.2.2 Gegevensverstrekking door andere overheidsinstanties; internationale bijstandsverlening
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS495830:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Aalst/Wijsman 2005, onderdeel 3.6. Schrijvers wijzen erop dat de Nederlandse wet ook geen mogelijkheid kent van bezwaar of beroep tegen een besluit tot inlichtingenuitwisseling door een andere staat. De wetgeving van de bijstandsverlenende staat kan wel daarin voorzien.
Zie nader Arendsen de Wolff/Wijsman 2005.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het zou het bestek van deze studie te buiten gaan om de praktijk van de gegevensuitwisseling aan een zelfstandige kritische toets te onderwerpen. Hier is vooral van belang dat in de literatuur kritiek is geuit op het gebrek aan rechterlijke controle c.q. rechtsbescherming. Dat kan afbreuk doen aan (de vaststelling van) de betrouwbaarheid van de zo verkregen informatie respectievelijk de wijze waarop buitenlandse autoriteiten en binnenlandse overheidsinstanties en financiële instellingen die informatie hebben verkregen, verwerkt et cetera. Het gebruik in fiscale boetezaken van bewijs waarvan de betrouwbaarheid en/of de herkomst niet kan worden vastgesteld, roept vragen op over de integriteit van die procedure.
Toetsing betrouwbaarheid en/of herkomst
Dit laatste zal waarschijnlijk minder snel spelen wanneer het informatie betreft die de Belastingdienst van binnenlandse overheidsinstanties en financiële instellingen heeft verkregen op de voet van art. 55 of art. 53, lid 2 AWR, in die zin, dat dan nog wel kan worden nagegaan hoe die aan de informatie zijn gekomen en ook op welke wijze zij die hebben verwerkt et cetera. Als de inspecteur de betrouwbaarheid en/of herkomst van het bewijs aannemelijk maakt, dan rusten de stelplicht en bewijslast dat dit niet zo is op de boeteling. De rechter kan de inspecteur opdragen om onderzoek te doen naar de betrouwbaarheid en/of de herkomst van de voor boeteoplegging gebruikte gegevens.
Dergelijk onderzoek zal veel lastiger zijn wanneer het voor boeteoplegging gebruikte bewijs afkomstig is van buitenlandse autoriteiten. Dit klemt temeer omdat de Nederlandse wet- en regelgeving geen zelfstandige rechtsgang kent, op grond waarvan een belastingplichtige zich rechtens kan verzetten tegen het gebruik van uit het buitenland verkregen inlichtingen en gegevens ten behoeve van de belastingheffing te zijnen aanzien.1 Klachten over rechtmatigheidsgebreken in de verkrijging van de gegevens in de andere staat, de uitwisseling en/of het gebruik ervan door de Belastingdienst, kunnen aan de orde worden gesteld in het kader van bezwaar en beroep tegen de boetebeschikking of de aanslag.
Of klagen zin heeft, is te betwijfelen. Vanwege de verdragstrouw is de Nederlandse rechter niet gehouden de rechtmatigheid van uit het buitenland verkregen bewijsmiddelen te toetsen, tenzij zodanige aanwijzingen bestaan dat de rechtmatigheid ervan ernstig moet worden betwijfeld. Vaak zal de betrokkene niet aan zijn stelplicht en bewijslast ter zake kunnen voldoen (en blijft onderzoek achterwege).2