Einde inhoudsopgave
Vertrouwen voorop (IVOR nr. 114) 2019/6.4.4
6.4.4 Samenloop AFM toezicht en tuchtrecht
E.V.A. Eijkelenboom, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
E.V.A. Eijkelenboom
- JCDI
JCDI:ADS606190:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 december 2017 (EY/AFM) heeft, zo stelt de AFM, mogelijk tot gevolg dat zij accountantsorganisaties niet kan “aanspreken op een overtreding van de zorgplicht [die] uitsluitend gebaseerd [is] op ernstige tekortkomingen in de kwaliteit van wettelijke controles.” (AFM 2018e, p. 49) Het tuchtrecht biedt een ieder, ook de AFM, de mogelijkheid om accountants op tekortkomingen in de wettelijke controle aan te spreken. Wellicht dat de AFM in de toekomst meer gebruik gaat maken van het tuchtrecht.
Zie tuchtrecht.nl, geraadpleegd op 30 juli 2018.
Eijkelenboom en Hijink 2014, p. 123.
De AFM heeft op 12 april 2018 tuchtklachten ingediend tegen twee aan PwC verbonden externe accountants, zie AFM 2018b.
Na intrekking van de klacht beslist de Accountantskamer o.g.v. art. 30 sub a Wtra dat het in het algemeen belang is om de klacht voort te zetten en wordt de klacht verder behandeld als ware deze afkomstig van de AFM. Zie beslissing van de Accountantskamer van 30 oktober 2014, zaaknummer 14/506 Wtra AK, ECLI:NL: TACAKN:2014:101. Zie in kritische zin over art. 30 Wtra Van Campen 2015.
Beslissing op het hoger beroep van 16 november 2017. Zaaknummer: 16/89, ECLI:NL:CBB:2017:360. Deze uitspraak is geannoteerd door Hijink en In ’t Veld 2018.
In de MvT bij de Wta is een passage opgenomen over de mogelijkheid die de AFM heeft om een tuchtklacht tegen de externe accountant in te dienen. “Handhaving door de AFM van de eisen die worden gesteld aan de externe accountant is een ultimum remedium. In eerste instantie zal de AFM de accountantsorganisatie aansporen om maatregelen te treffen jegens een aan haar verbonden accountant die bij het uitvoeren van werkzaamheden betreffende de totstandkoming of de uitvoering van een opdracht tot het verrichten van wettelijke controles handelt of heeft gehandeld in strijd met de normen (zie artikel 12, eerste lid).1 Het is een zorgplicht voor de accountantsorganisatie om de randvoorwaarden te creëren voor het adequaat functioneren van de externe accountant en om maatregelen te treffen, indien dit functioneren niet langer strookt met de gestelde eisen. De externe accountant heeft vanzelfsprekend de plicht om de tot hem gerichte normen na te leven. […] Een ieder kan in beginsel tegen de externe accountant een klacht indienen bij de accountantskamer. De AFM zal dit in de voorkomende gevallen in ieder geval doen.”2
De AFM heeft, bij een vermoeden van handelen of nalaten in strijd met de Wta of de Audit Verordening o.g.v. art. 31 Wta jo. art. 22 Wtra, de mogelijkheid om een tuchtklacht tegen een externe accountant in te dienen bij de Accountantskamer. De AFM maakt beperkt gebruik van deze bevoegdheid.3 Volgens de gegevens van tuchtrecht.nl zijn er sinds 1 mei 2009 963 tuchtklachten door de Accountantskamer behandeld, minder dan 1% van deze klachten is afkomstig van de AFM.4 In de periode voorafgaand aan september 2014 heeft de AFM vier tuchtklachten ingediend.5 Sinds de publicatie van de wetsevaluatie was de AFM de klagende partij bij vier tuchtklachten die zijn ingediend over externe accountants bij de Accountantskamer. De klachten betroffen (i) de externe accountant verbonden aan Ten Kate Huizinga Audit N.V. in verband met de controlewerkzaamheden van de jaarrekeningen van 2012/13 en 2013/14 bij Stichting FC Twente ‘656; (ii) tuchtklachten tegen twee externe accountants van PwC in verband met controlewerkzaamheden bij SHV7; (iii) tuchtklacht tegen een accountants-administratieconsulent verbonden aan een niet-OOB-accountantsorganisatie in verband met de accountantsverklaring bij een autobedrijf8; en (iv) voortzetting in het algemeen belang als ware de klacht tegen de externe accountant van KPMG in verband met de afgifte van de accountantsverklaring over 2008 en 2009 van Weyl Holding B.V.9 Drie van de vier van de door of namens de AFM ingediende klachten zijn, al behandeld door de Accountantskamer. Deze klachten zijn gegrond verklaard en hebben geleid tot een tijdelijke dan wel definitieve doorhaling van de accountant uit het register. In de zaak Weyl was hoger beroep ingesteld. Het College van het Beroep voor het bedrijfsleven heeft in hoger beroep geoordeeld dat de tijdelijke doorhaling van de accountant in de registers passend en geboden was en heeft daarmee de uitspraak van de Accountantskamer in stand gehouden.10