De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/14.6.3:14.6.3 Een eigen openbaarmakingsplicht voor de billijke prijs-regeling?
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/14.6.3
14.6.3 Een eigen openbaarmakingsplicht voor de billijke prijs-regeling?
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS372427:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ik zou menen dat ook in het kader van de billijke prijs-bepaling een openbaarmakingsplicht dient te bestaan. Dit vormt een essentiële, thans ontbrekende schakel in het toezicht op de naleving van de billijke prijs-regels, te meer nu minderheidsaandeelhouders daarvoor – bij gebreke van een toezichthoudende autoriteit (§ 15.2.4) – op zichzelf zijn aangewezen.
Het feit dat de hiervoor geschetste meldingsregels ook bij het verplicht bod van toepassing zijn, neemt de noodzaak van een eigen meldingsplicht voor de billijke prijs-regels niet weg. De bestaande meldingsregels bieden in het kader van de billijke prijs-bepaling onvoldoende bescherming, met name omdat zij geen rekening houden met acting in concert.1
Het toepassingsbereik van deze openbaarmakingsplicht dient gelijk te zijn aan dat van de billijke prijs-regels, inclusief het daarin gehanteerde, ruime acting in concertconcept (§ 14.2.3). De door mij voorgestane openbaarmakingsplicht geldt bovendien voor de gehele billijke prijs-regeling, dus voor de vaststelling van de billijke prijs (art. 5:80a lid 2 en art. 5:80a lid 3 sub b Wft) en voor de verhoging van de billijke prijs (art. 5:80a lid 3 sub a Wft). Ten slotte dient deze openbaarmakingsplicht ook te gelden inzake het verbod om na gestanddoening transacties te verrichten tegen gunstiger voorwaarden (art. 5:79 Wft); deze regel – die zowel voor het vrijwillige als voor het verplichte bod geldt – vormt het logische complement van de billijke prijs-regeling. Dat betekent dat de openbaarmakingsplicht zich uitstrekt over de periode van een jaar voorafgaand aan de verwerving van overwegende zeggenschap tot een jaar na de gestanddoening van het bod.
Een openbaarmakingsplicht heeft de voorkeur boven een meldingsplicht omdat dit beter aansluit bij de verwante best price-regels voor vrijwillige biedingen.2 Bovendien is er in het kader van de billijke prijs-regel op dit moment geen bevoegde toezichthouder die die meldingen zou kunnen verwerken in een register (§ 16.2.4).