Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/10.1:10.1 Inleiding
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/10.1
10.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS451682:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Sachs 2014, p. 2338-2339; Gröpl 2001, p. 83-90, 112-119.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk begint met een bespreking van de werking van het Duitse budgetrecht. Die werking vertoont grote gelijkenissen met het Nederlandse stelsel, zoals dat aan de orde kwam in het eerste deel van dit proefschrift. Er worden aan het budgetrecht bijvoorbeeld vergelijkbare functies toegekend en de begrotingscyclus bestaat uit min of meer dezelfde fasen.1 Op deze meer algemene aspecten van het budgetrecht ga ik daarom hieronder slechts in, voor zover er sprake is van een afwijking van het Nederlandse stelsel. Bovendien zijn deze aspecten, waaronder bijvoorbeeld ook de rol van niet-parlementaire instellingen, mijns inziens voor deze rechtsvergelijking minder van belang, omdat die vooral gericht is op de vraag hoe vorm wordt gegeven aan de materiële interpretatie van het budgetrecht in het kader van Europese integratie. Die invulling verloopt vooral via de Bondsdag en het Bundesverfassungsgericht. Na een korte schets van de werking van het Duitse budgetrecht, zal in dit hoofdstuk dus vooral de nadruk liggen op die ambten en hun omgang met Europese integratie. Aan het einde van dit hoofdstuk vergelijk ik de invulling van het Duitse budgetrecht met de Nederlandse benadering. Hierbij besteed ik ook aandacht aan de verschillen tussen het Duitse en het Nederlandse rechtsstelsel en de vraag in hoeverre die van belang zijn voor een materiële of formele invulling van het budgetrecht. Tot slot volgt een korte conclusie.