Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.3.3.3.1
8.3.3.3.1 Nauwkeuriger dan de pro ratamethode
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291108:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. HvJ EU 8 november 2012, zaak C-511/10, V-N 2012/60.20, r.o. 15 (BLC Baumarkt).
HvJ EU 8 november 2012, zaak C-511/10, V-N 2012/60.20, r.o. 16 en 17 (BLC Baumarkt).
HvJ EU 8 november 2012, zaak C-511/10, V-N 2012/60.20, r.o. 19 (BLC Baumarkt).
N.P. Arzini, ‘Pro-rataperikelen en herzieningsheisa: vragen beantwoord of nieuwe vragen opgeworpen’, BtwBrief 2016/27.
HvJ EU 8 november 2012, zaak C-511/10, V-N 2012/60.20 (BLC Baumarkt).
HvJ EU 10 juli 2014, zaak C-183/13, V-N 2014/36.24 (Banco Mais).
HvJ EU 9 juni 2016, zaak C-332/14, V-N 2016/32.16 (Wolfgang und Dr. Wilfried Rey Grundstückgemeinschaft).
H.W.M. van Kesteren en S.B. Cornielje, ‘Evenredige aftrek in de BTW: een voorstel tot uitbreiding’, WFR 2015/1077 en M.D.J. van der Wulp, ‘Eén Bossche zwaluw maakt nog geen zomer’, WFR 2020/155, p. 1071.
HvJ EU 8 november 2012, zaak C-511/10, V-N 2012/60.20, r.o. 24 (BLC Baumarkt), HvJ EU 10 juli 2014, zaak C-183/13, V-N 2014/36.24.14, r.o. 29 (Banco Mais) en HvJ EU 9 juni 2016, zaak C-332/14, V-N 2016/32.16, r.o. 32 (Wolfgang und Dr. Wilfried Rey Grundstückgemeinschaft).
M.D.J. van der Wulp, ‘Eén Bossche zwaluw maakt nog geen zomer’, WFR 2020/155, p. 1073.
HvJ EU 9 juni 2016, zaak C-332/14, V-N 2016/32.16, r.o. 33 (Wolfgang und Dr. Wilfried Rey Grundstückgemeinschaft).
HvJ EU 8 november 2012, zaak C-511/10, V-N 2012/60.20, r.o. 23 (BLC Baumarkt).
HvJ EU 10 juli 2014, zaak C-183/13, V-N 2014/36.24.14, r.o. 30 (Banco Mais).
M.D.J. van der Wulp, ‘Eén Bossche zwaluw maakt nog geen zomer’, WFR 2020/155, p. 1071.
HvJ EG 13 maart 2008, zaak C-437/06, V-N 2008/14.20 (Securenta).
HvJ EU 10 juli 2014, zaak C-183/13, V-N 2014/36.24.14, r.o. 31 en 32 (Banco Mais).
HvJ EG 18 december 208, zaak C-488/07, V-N 2008/62.26 (Royal Bank of Scotland) en HvJ EU 16 juni 2016, zaak C-186/15, V-N 2016/35.10 (Kreissparkasse Wiedenbrück).
Naar het oordeel van het Hof van Justitie zijn zowel de sectormethode als de gebruikmethode uitzonderingen op de hoofdregel van de pro ratamethode.1 Op grond van de systematiek van de Btw-richtlijn gaat het bij de sectormethode en de gebruikmethode om een facultatieve afwijking van de imperatieve pro ratamethode waardoor een algemene en onvoorwaardelijke afwijking van de pro ratamethode op grond van art. 173 lid 2, onderdelen a, b en/of c Btw-richtlijn niet is toegestaan. Dit zou immers het doel van de pro ratamethode ondergraven dat inhoudt dat de pro ratamethode in alle lidstaten op overeenkomstige wijze wordt toegepast.2 Hierin ligt naar mijn mening besloten dat de sectormethode en de gebruikmethode geen alternatieven zijn voor de pro ratamethode, maar aanvullingen. Het uitsluitend voorschrijven van één of meerdere afwijkende splitsingsmethoden is daarom niet toegestaan. Dit strookt naar mijn mening met de grammaticale en de richtlijnhistorische interpretatie van art. 173 lid 2 Btw-richtlijn (paragraaf 8.3.2.3). Lidstaten mogen voor bepaalde activiteiten wel primair een afwijkende splitsingsmethode voorschrijven.3 Hieruit mag echter niet a contrario worden afgeleid dat slechts bij bepaalde (ingaande) handelingen mag worden afgeweken van de pro ratamethoden.4 In de arresten BLC Baumarkt5, Banco Mais6 en Wolfgang und Dr. Wilfried Rey Grundstückgemeinschaft7 ziet het Hof in de omstandigheid dat toepassing van de gebruikmethode op grond van de nationale wetgeving niet voor bepaalde handelingen was voorgeschreven immers geen belemmering voor de toepassen van de gebruikmethode.
Het afwijken van de pro ratamethode – dit veronderstelt dat een lidstaat de sectormethode en/of de gebruikmethode in het nationale recht heeft geïmplementeerd8 – is op grond van het doel van art. 173 lid 2 Btw-richtlijn slechts toegestaan indien deze splitsingsmethode waarborgt dat de btw-aftrek nauwkeuriger wordt berekend dan op basis van de pro ratamethode.9 Deze ‘nauwkeurigheidsvoorwaarde’ is derhalve relatief (‘nauwkeuriger dan de pro ratamethode’).10 Het Hof heeft geoordeeld dat de nauwkeurigheidsvoorwaarde niet impliceert dat de gekozen splitsingsmethode per se de meest nauwkeurige moet zijn.11 Dit is naar mijn mening niet in tegenspraak met de overweging van het Hof in het BLC Baumarkt-arrest12 en het Banco Mais-arrest13 dat lidstaten er – gelet op het beginsel van de fiscale neutraliteit waaraan art. 173 lid 2 Btw-richtlijn uitvoering geeft – bij de splitsing van de btw op basis van de sectormethode of de gebruikmethode erop moeten toezien dat de berekening van het aftrekbare gedeelte zo nauwkeurig mogelijk is.14 Het Hof verwijst bij deze overweging naar r.o. 37 van het Securenta-arrest15 waarin staat dat lidstaten erop moeten toezien dat de berekening van de aftrekbare btw objectief weergeeft welk deel van de algemene kosten werkelijk toe te rekenen is aan de aftrekgerechtigde en niet-aftrekgerechtigde activiteiten. In het Banco Mais-arrest overweegt het Hof dan ook dat het doel van art. 173 lid 2 Btw-richtlijn en het beginsel van de fiscale neutraliteit waaraan art. 173 lid 2 Btw-richtlijn uitvoering geeft, eisen dat de verdeelsleutel van de sectormethode of de gebruikmethode gebaseerd is op objectieve gegevens en nauwkeuriger dan de pro ratamethode weergeeft welk deel van de algemene kosten toe te rekenen is aan de aftrekgerechtigde handelingen.16
De afrondingsregel voor de pro ratamethode in art. 175 lid 1 Btw-richtlijn geldt niet voor een afwijkende splitsingsmethode. Dit baseert het Hof niet alleen op de bewoordingen van art. 175 lid 1 Btw-richtlijn, maar ook op het doel van de afwijkende splitsingsmethoden om de aftrek nauwkeuriger te berekenen. Lidstaten zijn derhalve niet verplicht – het mag wel – om deze (minder nauwkeurige) afrondingsregel toe te passen op een afwijkende splitsingsmethode.17 Bij het toepassen van de sectormethode of de gebruikmethode kan het aftrekbare gedeelte dus in een percentage met één of meerdere decimalen worden uitgedrukt (bijv. 31,21%).