Einde inhoudsopgave
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/2.10
2.10 Doel faillissement: schuldeisersbenadering versus forumbenadering
Mr. J. van der Pijl, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. J. van der Pijl
- JCDI
JCDI:ADS298776:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Insolventierecht / Faillissement
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de verhouding schuldeisersbenadering-forumbenadering onder meer: J.W. Winter, Doorstart, waarheen?, TVVS 1997, 109 en Beltzer, Insolvente ondernemingen en werknemers in transitie, in de bundel Naar een nieuwe rechtsorde van de arbeid?, HSI (onder redactie van P. F. van der Heijden e.a.), 1999, p. 104 e.v.
HR 24 februari 1995, NJ 1996/472 m.nt. WMK (Sigmacon II).
HR 19 april 1996, NJ 1996/7272 (Maclou).
Hufman 2015, p. 20.
Conclusie A-G Mengozzi 29 maart 2017, JOR 2017/184, m.nt. Schaink.
De traditionele schuldeiserbenadering in het insolventierecht, die kortweg inhoudt dat faillissementsrecht slechts bedoeld is om de boedel te gelde te maken om te zorgen voor een zo groot mogelijke opbrengst voor de gezamenlijke crediteuren, komt halverwege de jaren '90 onder vuur te liggen. Zij verliest terrein aan de ruimere ‘forumbenadering’ die inhoudt dat het faillissement een forum schept, dat de mogelijkheid biedt voor álle bij het faillissement betrokken partijen en dat al deze belangen moeten worden meegewogen.1 Dit is een ruimere kring van stakeholders, en biedt onder meer ook ruimte voor het meewegen van belangen van werknemers, aldus de Hoge Raad.2 Daarmee wordt nadrukkelijk getornd aan het klassieke doel van het faillissement, namelijk liquidatie van het vermogen met het oog op een zo groot mogelijke opbrengst voor de gezamenlijke schuldeisers. Vastgesteld kan worden dat een curator onder omstandigheden ook rekening heeft te houden met belangen van maatschappelijke aard. Te ver gaat echter de conclusie dat deze belangen in zijn algemeenheid prevaleren boven die van de gezamenlijke schuldeisers. De Hoge Raad is vooralsnog niet verder gegaan dan dat de belangen van een individuele crediteur soms zullen moeten wijken voor die belangen van maatschappelijke aard.3 Deze discussie is nog altijd niet beslecht, maar er is wel een duidelijk waarneembare kentering. Hufman concludeert in 2015 dat de gedachte dat het faillissement op meer ziet dan alleen het liquideren van de onderneming een plaats begint te krijgen, 'ook binnen de faillissementsrechtelijke literatuur'.4 Nog weer later, in 2017, omschrijft Advocaat-Generaal Mengozzi in dit kader in zijn conclusie in het in hoofdstuk 6 te bespreken Smallstepszaak de ontwikkeling als volgt:
"4. (...) van een groeiende neiging in het moderne insolventierecht om de voorkeur te geven aan benaderingen die, anders dan de klassieke benadering die gericht is op liquidatie van de in moeilijkheden verkerende onderneming, gericht zijn op de redding van de onderneming, althans het behoud van de economisch nog levensvatbare onderdelen daarvan."5