Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.2.2
9.2.2 Verordening (EU) nr. 472/2013
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS450518:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 1, eerste en derde lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 2, eerste lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 3, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 2, eerste lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 2, derde lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 3, eerste lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 3, tweede lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 3, derde lid (voor lidstaten die onder verscherpt toezicht staan wegens het ondervinden van moeilijkheden) en vierde lid (voor lidstaten die onder verscherpt toezicht staan wegens financiële bijstand), Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 3, vijfde lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 3, zevende lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 3, negende lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Dit is het orgaan dat de bijeenkomsten van de eurogroep, als bedoeld in het Protocol betreffende de eurogroep (PbEU 2007, C 306/153), voorbereid.
Artikel 7, eerste lid, Verordening (EU) nr. 472/2013 jo. artikel 9, eerste lid, Verordening (EU) nr. 473/2013.
Artikel 7, tweede lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Zie par. 8.4.2.
Artikel 7, vierde lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 7, vijfde lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 7, zevende lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 7, achtste lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 7, elfde lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 14, eerste lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 14, derde lid, Verordening (EU) nr. 472/2013. Zie artikel 3, vijfde lid, Verordening (EU) nr. 472/2013 voor de controlebezoeken bij lidstaten die onder verscherpt toezicht staan.
Artikel 14, vierde lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 14, vijfde lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 10 tot en met artikel 13 Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 10, eerste lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 10, tweede lid, Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 11 Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 12 Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 13 Verordening (EU) nr. 472/2013. Zie ook artikel 13 Verordening (EU) nr. 473/ 2013.
Artikel 15 Verordening (EU) nr. 472/2013.
Artikel 16, 17 en 19 Verordening (EU) nr. 472/2013.
Het tweede deel van het two-pack creëert de mogelijkheid van verscherpt toezicht en is alleen van toepassing op de eurolanden.1 De Europese Commissie kan in twee gevallen lidstaten onder verscherpt toezicht stellen. Ten eerste is dit mogelijk bij lidstaten die ‘ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden met betrekking tot de financiële stabiliteit, hetgeen waarschijnlijk ongunstige overloopeffecten zal hebben op andere lidstaten in de eurozone’.2 Bij de beoordeling of hiervan sprake is maakt de Commissie gebruik van het waarschuwingsmechanisme, dat op grond van het six-pack in het leven is geroepen om macro-economische onevenwichtigheden vroegtijdig te signaleren.3 Tevens noemt de verordening verschillende aspecten waarmee de Commissie bij de beoordeling rekening moet houden.4 Ten tweede stelt de Commissie een lidstaat onder verscherpt toezicht indien hij ‘anticiperende financiële bijstand ontvangt van één of meerdere andere lidstaten of derde landen, het EFSM, het ESM, de EFSF of een andere betrokken internationale financiële instelling, zoals het IMF’.5
Voor een lidstaat die onder verscherpt toezicht is gesteld gelden verschillende extra voorschriften. Zo moet hij ten eerste in overleg met de Commissie maatregelen nemen om de bron van de moeilijkheden aan te pakken.6 De Commissie handelt hierbij in samenspraak met andere Europese instellingen, zoals de ECB, en, waar nodig, met het IMF. Ten tweede moet de lidstaat voldoen aan de rapportagevoorschriften die op grond van het eerste deel van het two-pack gelden voor lidstaten met een buitensporig overheidstekort.7 Ook als lidstaten geen buitensporig tekort hebben, maar wel ernstige moeilijkheden ondervinden volgens het oordeel van de Commissie, kunnen zij dus worden onderworpen aan deze voorschriften. Ten derde moet een lidstaat onder verscherpt toezicht uitgebreide informatie verstrekken over de ontwikkelingen in zijn financiële stelsel, stresstests of gevoeligheidsanalyses uitvoeren om het weerstandsvermogen van de financiële sector op peil te houden, beoordelingen ondergaan van het toezicht op de financiële sector en informatie verschaffen over eventuele macro-economische onevenwichtigheden.8 De Commissie voert voorts controlebezoeken uit in de onder verscherpt toezicht geplaatste lidstaten.9 Als de Commissie bij die bezoeken tot de conclusie komt dat andere maatregelen vereist zijn en dat de situatie in die lidstaat aanzienlijke ongunstige gevolgen heeft voor de financiële stabiliteit van de eurozone, kan de Raad op aanbeveling van de Commissie die lidstaat aanbevelen preventieve maatregelen te treffen of een ontwerp van een macro-economisch aanpassingsprogramma op te stellen.10 Zolang het verscherpt toezicht loopt kunnen het Europees Parlement en de parlementen van de lidstaten vertegenwoordigers van de Commissie, de ECB en het IMF uitnodigen om hierover in gesprek te gaan.11 Er gelden extra rapportagevereisten voor lidstaten die financiële steun ontvangen voor de herkapitalisatie van hun financiële instellingen.12
De verordening gaat vervolgens verder in op de procedure bij het verzoeken om financiële bijstand aan een of meer andere lidstaten of derde landen, het ESM, de EFSF, of een andere internationale financiële instelling, zoals het IMF. Als een lidstaat van plan is om financiële bijstand te vragen, stelt hij de voorzitter van de eurogroepwerkgroep,13 het lid van de Commissie belast met economische en monetaire zaken en de president van de ECB van dit voornemen in kennis.14 De eurogroep vergadert vervolgens over dit verzoek. Als het verzoek wordt ingewilligd, beoordeelt de Europese Commissie in samenspraak met de ECB en waar mogelijk met het IMF de houdbaarheid van de overheidsschuld.15 De lidstaat stelt op zijn beurt na het verzoek om financiële bijstand een macro-economisch aanpassingsprogramma op. Dit komt in de plaats van eventuele economische partnerschapsovereenkomsten, die op grond van het eerste deel van het two-pack zijn opgesteld door de lidstaat als die zich in de buitensporigtekortprocedure begeeft.16 De Raad moet met gekwalificeerde meerderheid van stemmen op voorstel van de Commissie het macro-economisch aanpassingsprogramma goedkeuren.17 De Commissie let daarbij op de consistentie van het aanpassingsprogramma met het memorandum van overeenstemming, dat in het kader van het ESM is getekend.18 De Commissie monitort vervolgens, in samenspraak met de ECB en waar nodig het IMF, de tenuitvoerlegging van het aanpassingsprogramma.19
De Commissie gaat bij de uitvoering van het programma, samen met de lidstaat en wederom in samenspraak met de ECB en waar nodig het IMF, na of er wijzigingen nodig zijn, bijvoorbeeld wegens verschillen tussen de prognoses en de reële cijfers, ongunstige overloopeffecten of macro-economische en financiële schokken.20 De Raad neemt het besluit hierover met gekwalificeerde meerderheid op voorstel van de Commissie. Als de lidstaat vervolgens afwijkt van het programma, kan de Raad besluiten dat de lidstaat niet voldoet aan de beleidsvoorwaarden die in het programma zijn gesteld.21 De lidstaat neemt dan op grond van deze verordening ‘maatregelen ter stabilisering van de markt en tot behoud van de goede werking van zijn financiële sector’.
De lidstaat heeft zelf ook enige rechten en plichten als hij in een macro-economisch aanpassingsprogramma is beland. Zo kan een lidstaat die zelf over onvoldoende administratieve capaciteit beschikt, de Commissie om technische bijstand verzoeken.22 Ook kan het parlement van de betrokken lidstaat vertegenwoordigers van de Commissie uitnodigen om te spreken over het macro-economisch aanpassingsprogramma.23 De lidstaat dient voorts de mening van de sociale partners en andere maatschappelijke organisaties te vragen bij de uitvoering van het aanpassingsprogramma, om zo bij te dragen aan het opbouwen van consensus over de inhoud ervan.24 Daarnaast neemt de lidstaat, indien nodig, maatregelen om de belastinginning efficiënter en doelmatiger te laten verlopen en om belastingfraude en -ontduiking te bestrijden, zodat de belastinginkomsten zullen stijgen.25
Het toezicht blijft voortduren tot een lidstaat minimaal 75 procent van de financiële bijstand heeft terugbetaald.26 De verordening spreekt hierbij over ‘post-programmatoezicht’. De Raad kan de duur van dit post-programmatoezicht met omgekeerde gekwalificeerde meerderheid verlengen, als er een voortdurend risico bestaat voor de financiële stabiliteit of budgettaire houdbaarheid van die lidstaat. De Commissie legt bij de lidstaten die onder het post-programmatoezicht vallen controlebezoeken af, net als bij de lidstaten die onder verscherpt toezicht staan.27 Binnen het post-programmatoezicht kan de Raad met omgekeerde gekwalificeerde meerderheid de lidstaat aanbevelen om corrigerende maatregelen te nemen.28 Ook kan het nationale parlement hierbij wederom vertegenwoordigers van de Commissie uitnodigen.29
Verordening (EU) nr. 472/2013 gaat voorts in op de verhouding en consistentie met andere Europese maatregelen over economische en monetaire integratie.30 Hetgeen in deze verordening is geregeld heeft daarbij voorrang. Zo komt het opstellen van een macro-economisch aanpassingsprogramma in de plaats van het indienen van een stabiliteitsprogramma op grond van het Stabiliteits- en Groeipact.31 Ook worden verschillende stappen uit de buitensporigtekortprocedure geïntegreerd in het aanpassingsprogramma.32 Daarnaast is voor een lidstaat die onderworpen is aan het macro-economisch aanpassingsprogramma Verordening (EU) nr. 11176/2011 over de macro-economische onevenwichtighedenprocedure niet van toepassing.33 Bovendien wordt een lidstaat die valt onder het macro-economisch aanpassingsprogramma vrijgesteld van de monitoring en evaluatie in het kader van het Europees semester.34 Tot slot komt het macro-economische aanpassingsprogramma in de plaats van enkele verplichtingen uit het eerste deel van het two-pack.35 Voor lidstaten die om financiële bijstand hebben gevraagd, staat het macro-economisch aanpassingsprogramma dus duidelijk voorop.
De verordening bevat tot slot nog enkele afsluitende punten. Zo hebben voor de besluiten die op grond van deze verordening genomen worden alleen de eurolanden stemrecht in de Raad, zoals gebruikelijk is voor verordeningen die alleen gelden voor deze landen.36 Bovendien wordt geen rekening gehouden met de stem van de betrokken lidstaat. De verordening geeft verder enkele overgangsbepalingen en verschaft, zoals ook eerder gezien, aan de Commissie de bevoegdheid om over de toepassing van de verordening verslag uit te brengen.37