Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/20.5:20.5 Art. 5:36
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/20.5
20.5 Art. 5:36
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS481189:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 5:36 wordt het volgende bepaald:
‘Dient een muur, hek, heg of greppel, dan wel een niet bevaarbaar stromend water, een sloot, gracht of dergelijke watergang als afscheiding van twee erven, dan wordt het midden van deze afscheiding vermoed de grens tussen deze erven te zijn. Dit vermoeden geldt niet, indien een muur slechts aan een zijde een gebouw of werk steunt.’
Ingeval bijvoorbeeld een muur dient als feitelijke afpaling of afsluiting tussen twee erven dan wordt de grens vermoed onder deze muur – en in het midden daarvan – door te lopen. Dit vermoeden geldt niet indien de muur slechts aan een zijde een gebouw of werk steunt.
Dit vermoeden kan worden weerlegd door aan te tonen dat:
de grens wel onder de muur maar niet in het midden van de muur ligt;
de grens langs de muur loopt.1
Het gevolg van deze bepaling is voorts dat iedere tot afpaling of afscheiding dienende muur wordt vermoed mandelig te zijn, zolang niet is aangetoond dat de grens langs de muur loopt.2
Intermezzo: Duits Recht, Einfriedungen:
In het BGB komen geen bepalingen omtrent Einfriedungen voor. De hoofdregel is dat Einfriedung altijd is toegestaan. Het recht van de ‘Länder’ is overigens van belang:
§ 4 SächsNRG luidt, voor zover hier van belang:
‘Jeder Nachbar darf sein Grundstück einfrieden. Ortsübliche Einfriedungen durfen auch auf der Grenze errichtet werden. Eine Einfriedung darf bei Grundstücksgrenzen zu dem Gemeingebrauch dienenden Flächen nicht auf der Grenze vorgenommen werden (…).’
Verplichte Einfriedung bestaat in Sachsen niet.
Degene die de Einfriedung opricht dient de kosten van de bouw en de herstelkosten te dragen (§ 5 SächsNRG).
Verplichte Einfriedung (‘auf Verlangen’) bestaat wel onder het regime van het Nachbarrechtsgesetz für Nordrhein-Westfalen (NachbG NW). § 32 luidt, voor zover hier van belang:
‘Innerhalb eines im Zusammenhang bebauten Ortsteils ist der Eigentümer eines bebauten oder gewerblich genutzten
Grundstücks auf Verlangen des Eigentümers des Nachbargrundstücks verpflichtet, sein Grundstück an der gemeinsamen Grenze einzufriedigen.’
Een andere verplichting tot Einfriedigung (‘auf Verlangen’) vloeit voort uit
§ 33 NachbG NW, luidende:
‘Gehen unzumutbare Beeinträchtigungen von einem bebauten oder gewerblich genutzten Grundstück aus, so hat der Eigentümer dieses auf Verlangen des Eigentümers des Nachbargrundstücks insoweit einzufriedigen, als dadurch die Beeinträchtigungen verhindert oder, falls dies nicht möglich oder zumutbar ist, gemildert werden konnen.’