Omzetting van rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/5.3.2.4:5.3.2.4 Particuliere belegger
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/5.3.2.4
5.3.2.4 Particuliere belegger
Documentgegevens:
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS496424:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het lid en de aandeelhouder wiens lidmaatschap respectievelijk aandelen niet tot het vermogen van een onderneming of een werkzaamheid dan wel een aanmerkelijk belang behoren, wordt op grond van art. 5.2 Wet IB 2001 forfaitair belast voor de waarde van zijn vermogen (zijnde de in art. 5.3 Wet IB 2001 genoemde bezittingen en schulden). Het voordeel wordt gesteld op vier procent van het gemiddelde van de rendementsgrondslag aan het begin en aan het einde van het jaar. Zoals gezegd in paragraaf 4.3.4.4 hiervóór, zijn de ficties van art. 28a Wet VPB 1969 in box III betekenisloos. Zo maken vóór de omzetting van een coöperatie in een BV de lidmaatschapsrechten als niet op zaken betrekking hebbende rechten in de zin van art. 5.3 lid 2 onderdeel e Wet IB 2001 deel uit van de bezittingen van de rendementsgrondslag en ná de omzetting de aandelen.
Van een door een aandeelhouder van een in een coöperatie omgezette BV ontvangen schadevergoeding op de voet van art. 2:181 lid 2 BW kan worden gezegd dat deze op forfaitaire wijze is belast. Daarmee bedoel ik niet dat in plaats van het lidmaatschap die schadevergoeding – voor zover niet opgesoupeerd of geïnvesteerd in een andere bezitting – aan het einde van het kalenderjaar de aandelen vervangt en nu meetelt als bezitting, maar dat de schadevergoeding evenals overige voordelen uit hoofde van het aandelenbezit, zoals dividend en koerswinsten, wordt geacht te zijn begrepen in het forfaitaire rendement van 4%.