V-N 2022/29.18
Schending Unierechtelijke verdedigingsbeginsel blijft zonder gevolgen
HR 24-06-2022, ECLI:NL:HR:2022:934, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 juni 2022
- Magistraten
Van Hilten, Punt, Fierstra, Faase, Van Eijsden
- Zaaknummer
20/00851
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS653220:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Fiscaal bestuursrecht / Aangifte
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑06‑2022
ECLI:NL:HR:2022:934, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑06‑2022
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat X niet expliciet, dat wil zeggen in niet mis te verstane bewoordingen, ervan op de hoogte is gesteld dat de inspecteur het voornemen had om de BTW-naheffingsaanslagen op te leggen. Het besluitvormingsproces van de inspecteur had echter zonder schending van het EU-verdedigingsbeginsel geen andere afloop gehad.
Samenvatting
X exploiteert een transportonderneming. In 2014 start een boekenonderzoek vanwege de BTW-schuld op zijn balans per ultimo 2011. Bij het onderzoek wordt een aantal aansluitingsverschillen gevonden tussen de administratie en de BTW-aangiften. Uiteindelijk is de totale correctie circa € 377.000. In geschil is of het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.