Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/7.4:7.4 Conclusie
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/7.4
7.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS300654:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zonder daarbij de pretentie te hebben van statistische significantie meen ik dat het praktijkonderzoek desalniettemin een interessant beeld geeft van de wijze waarop de rechtspraktijk aankijkt tegen diverse aspecten van het leerstuk van de afgebroken onderhandelingen. Zo stel ik onder meer vast dat:
een belangrijk deel van de ondervraagde praktijkjuristen er moeite mee heeft om aan de hand van de vigerende jurisprudentie vast te stellen of onderhandelingen nog eenzijdig niet-schadeplichtig kunnen worden afgebroken;
de meerderheid van de ondervraagde praktijkjuristen van mening is dat rechtens relevant totstandkomingsvertrouwen bij voorkeur minder snel zou moeten worden aangenomen dan thans in de jurisprudentie het geval lijkt te zijn (ook met toepassing van de "strenge en tot terughoudendheid nopende maatstaf" uit het arrest JPO/CBB); en
er in het algemeen grote waarde wordt gehecht niet alleen aan de mogelijkheid van het gebruik van voorbehouden in het onderhandelingsproces, maar ook aan de werking daarvan. Méér waarde naar mijn oordeel dan op grond van de vigerende literatuur en jurisprudentie gerechtvaardigd is!
Voor deze uitkomsten zijn tal van mogelijke verklaringen aan te dragen. Wat van deze mogelijke verklaringen echter ook zij: de op een aantal punten geconstateerde discrepantie tussen de wensen van de geënquêteerde praktijkjuristen op het punt van de rechtsontwikkeling en de stand van zaken met betrekking tot deze punten in de literatuur en jurisprudentie geeft, minst genomen, stof tot nadenken!