RCR 2022/10
Bankgarantie. Kwalificeert een bankgarantie gezien de voorwaarden voor het inroepen daarvan als vervangende zekerheid ex art. 7:768 lid 3 BW?
HR 03-12-2021, ECLI:NL:HR:2021:1804
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 december 2021
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, F.R. Salomons
- Zaaknummer
20/01459
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS639092:1
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Notaris
Bouwrecht / Aanneming
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1804, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑12‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:431, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑04‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑04‑2020
- Wetingang
Essentie
Bankgarantie. Vervangende zekerheid.
Kwalificeert een bankgarantie gezien de voorwaarden voor het inroepen daarvan als vervangende zekerheid ex art. 7:768 lid 3 BW?
Samenvatting
Voor een (af)bouwproject van een appartementsgebouw storten appartementseigenaren een deel van de aanneemsom in depot bij een notaris. Op verzoek van de aannemer wordt het depot vervangen door een bankgarantie. Deze bankgarantie – afgegeven op 18 december 2015 – kon alleen worden ingeroepen nadat een partijen bindende beslissing was gewezen in een procedure tussen het aannemingsbedrijf en de desbetreffende appartementseigenaar en vervalt op 1 juni 2016. De aannemer failleert en de bank weigert uitbetaling onder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.