Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/3.4.2.1
3.4.2.1 De begrippen rechtspositie en oorzaak
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS584582:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De term ‘oorzaak’ wordt in dit verband ook gebruikt door Pleysier 1983; en Verstappen 1996, p. 54. Dit is een ander begrip dan ‘geoorloofde oorzaak’ in de zin van geldigheidsvereiste voor rechtshandelingen, waarover Biemans 2010.
Mijnssen 2012, p. 73, met verwijzing naar Hartkamp.
Zie art. 3:102, 3:116 en 4:182 BW. Hetzelfde speelt bij verdeling van een gemeenschap; zie art. 3:186 lid 2 BW, waarover Asser/Perrick 3-V 2015/193. Zie ook Van Mourik & Schols 2015, nr. 10.67.
De termen overeenkomst en onrechtmatige daad kunnen wel verklaren waarom bepaalde voorvallen tot verbintenissen tussen A en B hebben geleid, maar fungeren niet zelf als oorzaak voor de concrete verbintenis-situatie waarin A en B verkeren. Zie Cahen 1975, p. 29 en 37.
Onder ‘rechtspositie’ kan worden verstaan het zijn van rechthebbende op een goed, het zijn van schuldenaar of het zijn van partij bij een overeenkomst, maar er is meer. Het begrip omvat tevens de rechtspositie van een bedrogene, de rechtspositie van de pleger of benadeeelde van een onrechtmatige daad, de rechtspositie van de persoon die over bepaalde wetenschap beschikt, de rechtspositie van degene die hoopt binnenkort het voordeel te genieten van een bepaalde verjaringstermijn en de rechtspositie van de middellijk vertegenwoordigde principaal. Deze opsomming is slechts illustratief bedoeld.
Het hebben van een rechtspositie berust op een verkrijgen. De rechtspositie die men verkrijgt, verschilt naar gelang de verkrijging onder bijzondere dan wel algemene titel plaatsvindt. Het begrip ‘titel’ heeft hier de betekenis van: (juridische) grondslag van de verkrijging (oorzaak).1 Dit is iets anders dan het begrip ‘geldige titel’ in artikel 3:84 lid 1 BW, waar bedoeld wordt dat voor overdracht van een goed vereist is een rechtsverhouding die eigendomsovergang in het maatschappelijk verkeer op economische of andere gronden rechtvaardigt.2 Heeft A een zaak onder bijzondere titel verkregen, dan wordt de oorzaak van zijn eigendomsrecht gevormd door de koopovereenkomst (de rechtvaardiging voor de overdracht) tezamen met de levering door de toenmalige beschikkingsbevoegde vervreemder. Is A bedrogen en draagt hij de zaak, zonder het wilsgebrek in te roepen, over aan B, dan gaat A’s rechtspositie als bedrogene niet over op B, want die gaat houden onder een nieuwe oorzaak. Het wilsgebrek betreft de oorzaak van A’s verkrijging, niet die van B’s verkrijging.
Draagt A het goed niet over en overlijdt hij met achterlating van B als enig erfgenaam, dan verkrijgt B het eigendomsrecht op de zaak onder algemene titel. De erfopvolging is de algemene oorzaak van de verkrijging door B. In dit geval blijft de oorzaak van A’s oorspronkelijke verkrijging van groot belang. B verkrijgt de zaak onder algemene titel (oorzaak), maar gaat deze vervolgens houden onder dezelfde titel (oorzaak) als waaronder A de zaak oorspronkelijk hield.3
De gevolgen van het feit dat A destijds is bedrogen, zijn nu anders. In dit geval is B wél bevoegd om alsnog A’s wilsgebrek in te roepen. B is niet bedrogen, maar verkrijgt wel de rechtspositie van de bedrogene.
De oorzaak van iemands rechtspositie is dus bepalend voor de inhoud van zijn rechtspositie. Deze oorzaak ligt veelal besloten in een gedraging (doen of nalaten) of gesteldheid, van de betrokkene en/of een ander. Een gedraging kan bestaan uit het verrichten van een rechtshandeling, het opwekken van schijn, het in bezit nemen van een goed of het plegen van een onrechtmatige daad.4 Iemands gesteldheid is eveneens vaak van belang. Was hij te goeder trouw of te kwader trouw? Was de wil die hij verklaarde gebrekkig? Beschikte hij over bepaalde informatie? Wist hij of behoorde hij redelijkerwijs te weten of te voorzien dat zijn gedraging bepaalde consequenties zou hebben? Om te weten wie een rechtspositie heeft, is dus veelal van belang te bepalen om wiens gedraging of gesteldheid het gaat. Wie kocht? Wie werd bedrogen? Dit brengt mij bij het begrip ‘vertegenwoordiging’.