Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/6.2.2.1
6.2.2.1 Het verzoek van Mellon bij ASMI
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649769:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Brief van Mellon gericht aan ASM International d.d. 28 maart 2006, met verwijzing naar art. 2:105 BW, art. 32.7 en art. 32.10 van de toenmalige statuten van ASM International en Van Olffen 1996. Te raadplegen via: https://www.marketwatch.com/investing/Stock/ASMIY/SecFilings?subview=secarticle&sid=20346981&guid=4307020&type=312. Zie voorts de toelichting die de advocaat van Mellon ter vergadering gaf (p. 155-156 van de notulen, te raadplegen via http://docplayer.nl/11014919-1-algemene-vergadering-van-aandeelhouders-09-08-2006-asm-international-n-v-2.html).
Brief van Mellon gericht aan ASM International d.d. 28 maart 2006. Te raadplegen via: https://www.marketwatch.com/investing/Stock/ASMIY/SecFilings?subview=secarticle&sid=20346981&guid=4307020&type=312.
Er bestond onduidelijkheid of de toezegging die in de jaarlijkse algemene vergadering op dit punt was gedaan, zich ook uitstrekte tot de ontslagprocedure. Zie p. 77 e.v. van de notulen van de buitengewone algemene vergadering van ASMI van 27 november 2006.
Waarbij ik terzijde opmerk dat het bestuur en de rvc bepaalden dat de stemming doorgang zou vinden, terwijl volgens mij op dat moment enkel nog de algemene vergadering een besluit over degradering kon nemen, zie par. 2.4.4.6.
Terwijl ISS (waarvan Hermes, een activist die met Mellon optrok, destijds overigens een van de grootste aandeelhouders was) adviseerde om vóór het voorstel te stemmen. Zie verder Buijn & Cremers 2015.
In 2006 wordt voor het eerst bij een beursvennootschap gebruik gemaakt van het agenderingsrecht van art. 2:114a BW (oud). In dat jaar verzoekt Mellon allereerst ASMI om in de agenda voor de jaarlijkse algemene vergadering als agendapunten op te nemen: (i) Proposal to declare a dividend payment in kind, (ii) Improvement of reporting transparency, by reporting in detailed quarterly results without consolidation of ASM PT, (iii) Application “structuurregime”, en (iv) Best practice provision IV.1.1 of the Tabaksblat Code. Uit de toelichting die Mellon op het agenderingsverzoek geeft, blijkt dat met punt (i) verzocht wordt om de algemene vergadering te laten stemmen over een dividenduitkering in de vorm van aandelen die ASMI in ASM PT houdt. In de reactie van het bestuur van ASMI staat dat Mellon naar de mening van het bestuur niet zo zeer wil dat het voorstel wordt aangenomen, maar dat het doel ervan is om het bestuur onder druk te zetten om het belang van ASMI in ASM PT af te stoten. Dit betreft de strategie en de strategie zal in de jaarlijkse algemene vergadering onder het agendapunt “discussion of the current business model” besproken kunnen worden. Het bestuur ziet geen reden om het voorstel van Mellon ter stemming in de agenda op te nemen. Ten eerste is het voorstel “unnecessarily confrontational” en “no contribution towards a sensible exchange of views on ASMI’s direction and future”. Ten tweede is de overdracht van vermogensbestanddelen van de vennootschap via een dividenduitkering niet iets dat onder de besluitvormingsbevoegdheid van de algemene vergadering valt, aldus het bestuur van ASMI. Er zal daarom geen stemming worden gehouden. Het voorstel wordt wel als separaat bespreekpunt geagendeerd.1 Mellon betwist de lezing van het bestuur: het voorstel is niet bedoeld om het bestuur onder druk te zetten en de algemene vergadering heeft volgens Mellon wel de bevoegdheid om te besluiten tot uitkering van dividend in de vorm van aandelen ASM PT.2 De betwisting werpt geen vruchten af: het punt komt als bespreekpunt op de agenda te staan.
Punt (ii) van Mellons agenderingsverzoek strekt er met name toe bij de rapportering van de kwartaalcijfers niet langer de cijfers van ASM PT mee te nemen. Om een stemming is niet verzocht en het bestuur besluit het punt ter bespreking te agenderen. Met punt (iii) wil Mellon bereiken dat het bestuur van ASMI aan de algemene vergadering uitlegt of ASMI wel of niet aan de criteria voor toepassing van het structuurregime voldoet, en als het laatste het geval is of het bestuur het dan wenselijk acht dat het structuurregime vrijwillig wordt toegepast. Punt (iv) heeft tot doel het bestuur ter vergadering te laten uitleggen waarom het geen voorstel heeft gedaan om de statuten in lijn te brengen met bpb IV.1.1 NCGC (thans bpb 4.3.3 NCGC). De punten (iii) en (iv) worden, overeenkomstig het agenderingsverzoek, als bespreekpunt geagendeerd.
Ik merk nog op dat het bestuur de toelichtingen die Mellon op de verschillende punten geeft, in samengevatte vorm bij de agendapunten opneemt. Ik schreef reeds dat naar mijn mening de toelichting op aangedragen agendapunten volledig moet worden overgenomen (tenzij de indiener van het verzoek met een verkorte weergave instemt). Overigens drong Mellon ook (tevergeefs) aan op een volledige weergave van haar toelichting op in elk geval punt (i):
“Finally, on this item you have not included our full explanatory note but a ‘summary’ thereof which does not adequately reflect the reason and background for the proposed resolution. It for instance does not include our quantified description of the value destruction of approximately (euro) 1 bln since early 2002.”3
Uit de notulen van de jaarlijkse algemene vergadering van ASMI blijkt dat het bestuur van ASMI en Mellon het fundamenteel oneens zijn over het antwoord op de vraag of de aandeelhoudersvergadering besluitvormingsbevoegdheid heeft ten aanzien van voorstel (i) (de dividenduitkering in natura). Het antwoord op deze vraag is van belang om te kunnen beoordelen of het bestuur van ASMI met recht kon besluiten dat het voorstel niet ter stemming in de agenda zou worden opgenomen. In de kern komt het erop neer dat als ASM PT wordt beschouwd als een belangrijk activum waardoor de onderneming gedreven kan worden, de algemene vergadering besluitvormingsbevoegdheid mist. Is ASM PT niet meer dan een financiële belegging, dan valt te betogen dat de algemene vergadering kan besluiten om (een deel van) de aandelen in natura aan de aandeelhouders van ASMI uit te keren.
Voorts is in de notulen van de jaarlijkse algemene vergadering van ASMI van 2006 te lezen dat later in het jaar een buitengewone algemene vergadering zal worden gehouden om de statuten (voor zover het de benoemingsprocedure van bestuurders en commissarissen betreft)4 in lijn te brengen met bpb IV.1.1 NCGC (thans bpb 4.3.3 NCGC). Ook voor deze vergadering dient Mellon op grond van art. 2:114a BW (oud) een agenderingsverzoek in. Mellon vraagt een informele stemming over het volgende punt:
“De Vergadering van Aandeelhouders van ASM International N.V. is van mening dat een splitsing van de front-end activiteiten van ASM International N.V. van de investering van ASM International N.V. in ASM Pacific Technology in het belang is van de vennootschap en haar aandeelhouders en dringt er bij de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen op aan een aanvang te maken met de implementatie van een dergelijke splitsing.”
Het punt wordt ter informele stemming op de agenda geplaatst. Uit de notulen van de buitengewone algemene vergadering blijkt dat Mellon ter vergadering nog probeert om, in verband met een kort voor de vergadering verschenen persbericht, het punt te doen degraderen tot een bespreekpunt. Die poging mislukt.5 Het voorstel wordt met een ruime meerderheid verworpen.6