Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/14.7:14.7 Artikel 24 EEX-V°/18 Verdrag en 9 aanhef en sub a Rv
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/14.7
14.7 Artikel 24 EEX-V°/18 Verdrag en 9 aanhef en sub a Rv
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS414385:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor art. 38 ZPO blijkt het uit art. 40 lid 1 ZPO. De art. 6 en 7 WIPR slechts over 'een rechtsverhouding'.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en 8 Rv over uitdrukkelijke forumkeuze is bepaaldheid van de forumkeuze een vereiste. Dat blijkt expliciet uit deze artikelen1
De art. 24 EEX-V°/18 Verdrag en 9 aanhef en sub a Rv over stilzwijgende forumkeuze kennen daarentegen geen uitdrukkelijke bepaling over bepaaldheid van de forumkeuze. Hetzelfde geldt voor art. 6 lid 1, tweede zin WIPR over stilzwijgende forumkeuze. Een verwijzing naar een 'bepaalde rechtsbetrekking' ontbreekt. Naar mijn mening dient niettemin ook een stilzwijgende forumkeuze voldoende bepaald te zijn. Dat behoefde echter niet expliciet te worden geregeld. Het stuk dat de procedure inleidt, zorgt voor de bepaaldheid van de rechtsbetrekking waarvoor de stilzwijgende forumkeuze geldt. Voor andere rechtsbetrekkingen tussen dezelfde partijen die geen onderwerp van de procedure zijn, geldt de forumkeuze derhalve niet. De eiser zal het geschil ten minste in grote lijnen hebben omschreven en bepaalde vorderingen in het petitum hebben opgenomen. Daardoor ontstaat een afbakening van de rechtsbetrekkingen en vorderingen waarvoor de stilzwijgende forumkeuze plaatsvindt. De verweerder weet welke rechtsbetrekkingen en vorderingen voorwerp zijn van de procedure, indien hij verschijnt zonder de bevoegdheid te betwisten. Dat betekent naar mijn mening dat de gerechten terughoudend dienen te zijn bij de aanvaarding van een wijziging van de eis, indien de bevoegdheid is gebaseerd op een stilzwijgende forumkeuze. Blijven de vorderingen gebaseerd op dezelfde rechtsbetrekking, dan verzet het beginsel van bepaaldheid zich daartegen niet. Voert de eiser na de inleiding van het geding andere rechtsbetrekkingen aan voor zijn vorderingen (bijv. een actie uit onrechtmatige daad terwijl de oorspronkelijke vordering was gebaseerd op een overeenkomst), dan dient het gerecht deze wijziging niet te aanvaarden, tenzij de verweerder zich niet tegen de wijziging van de grondslag van de eis verzet. Dat is slechts anders, indien het gerecht vaststelt dat afgezien van de bevoegdheid ex art. 24 EEX-V°/18 Verdrag ook andere grondslagen kunnen dienen voor de bevoegdheid van het gerecht (bijv. de art. 2 of 5 EEX-V°Nerdrag). Het gerecht is dan bevoegd voor de nieuwe vorderingen op basis van één van deze grondslagen. Deze mogen afwijken van de grondslag voor de oorspronkelijke vorderingen.