Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/14.6:14.6 Afsluiting
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/14.6
14.6 Afsluiting
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947835:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 9.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de paragrafen 2 en 3 ging ik in op de volmachtstem en de briefstem. Deze alternatieve stemvormen zorgen ervoor dat ook kiezers die niet in staat zijn om op de verkiezingsdag de gang naar de stembus te maken, toch hun stem kunnen uitbrengen. Zij vormen daarmee een waarborg voor het uitgangspunt van toegankelijkheid van de stemmingen.1 Het gebruik van de briefstem is – terecht – steeds voorbehouden gebleven aan kiezers in het buitenland. Voor de volmachtstem geldt echter dat de regeling te ruimhartig is. De populaire onderhandse volmacht zet een aantal uitgangspunten voor vrije en eerlijke verkiezingen onder druk, waarbij het in het bijzonder gaat om het uitgangspunt van ‘one man, one vote’, het stemgeheim, de stemvrijheid en, overkoepelend, het vertrouwen in een vrij en eerlijk verkiezingsverloop. Ronselpraktijken blijven zich, zij het op kleine schaal, voordoen en het is een reële zorg dat de gemachtigde de volmacht als eigen, tweede stem benut. Een aanscherping van de delictsomschrijving in de relevante strafbepalingen, een verhoging van de strafmaat en het introduceren van de mogelijkheid om bij veroordeling voor het ronselen van volmachten van het kiesrecht te worden uitgesloten zijn eenvoudige stappen die ronselpraktijken verder kunnen tegengaan. Ook zou het maximum aantal toegestane volmachten van twee naar een moeten worden teruggebracht, waarmee ronseloperatie twee keer zo moeilijk uit te voeren zijn. Om de populariteit van de onderhandse volmacht terug te dringen, zonder dat daarmee het uitgangspunt van toegankelijkheid onder druk komt te staan, biedt de mogelijkheid van vervroegd stemmen uitkomst. De behoefte aan de onderhandse volmacht zal daarmee naar verwachting slinken en zal misschien zelfs leiden tot een situatie waarin de toegevoegde waarde van de onderhandse volmacht ten opzichte van de schriftelijke variant te verwaarlozen is (en dus afgeschaft kan worden). Onderzoek naar de behoefte aan de onderhandse volmacht zal dat echter moeten uitwijzen.
Paragraaf 4 behandelde de mogelijkheden om op de dag der stemmingen campagne te blijven voeren. Die mogelijkheden zijn naar Nederlands recht vrijwel onbeperkt. De Kieswet stelt op dit gebied slechts regels binnen de muren van het stemlokaal, waar activiteiten ter beïnvloeding van de kiezer zich niet verhouden met het uitgangspunt van stemvrijheid. Op andere plekken en ook via de (digitale) media mogen partijen zich tot de kiezer blijven richten. Ik pleitte in dat kader voor een verbod op gebruik van mobiele apparatuur in het stemhokje. Ook zijn er geen regels die in de weg staan aan het publiceren van peilingen, al is de praktijk dat peilingbureaus daarmee wachten tot de stembussen gesloten zijn. Op dit moment is er geen aanleiding om de mogelijkheden voor partijen en peilingbureaus bij wet te beperken, maar indien vervroegd stemmen daadwerkelijk wordt ingevoerd, kan dat een reden tot heroverweging zijn. In dat geval moet een ‘afkoelperiode’ tijdens de stemmingsdagen ervoor zorgen dat kiezers niet beïnvloed worden door (mogelijk onjuiste of onvolledige) peilingen van eerdere dagen of door een campagne die geen effect meer kan hebben op de kiezer die reeds gestemd heeft. Het heeft de voorkeur deze afkoelperiode met zelfregulering te bewerkstelligen. Baat dat niet, dan is de wetgever aan zet.
In paragraaf 5, tot slot, ging ik in op het fenomeen van de stemfie. De toelaatbaarheid van de stemfie is in strijd met de uitgangspunten van het stemgeheim en de stemvrijheid. Wanneer een kiezer zichzelf én het stembiljet in het stemhokje op camera vastlegt, opent dat de deur naar beïnvloeding van de kiezer, die daarmee immers bewijs kan leveren van zijn keuze. Een wettelijk verbod op het maken van stemfies, in lijn met het verbod om stembiljetten te ondertekenen, is daarom vereist.