Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.3.2
3.3.2 Aard en omvang van het gebruik van de Kommanditgesellschaft in Duitsland
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS446215:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Baßler (2009), p. 18-19.
Zie voor een overzicht: Gummert in Gummert/Weipert II (2009), § 49, aant. 7.
Kessler & Schiffers in Müller/Hoffmann (2009), p. 7-8.
Flume (1977), p. 189-191, Schmidt (2002), p. 1375, Kessler & Schiffers in Müller/ Hoffmann (2009), p. 5-6.
Krachtens art. 1. van het Einführungsgesetz zum Bürgerlichen Gesetzbuche vom 18.8.1896, Reichsgezetzblatt 1896, p. 604, in werking getreden op 1 januari 1900.
Gummert in Gummert/Weipert II (2009), § 1, aant. 2, Wiedemann (2004), p. 761, Baumbach/Hopt (2012), § 161, aant. 9.
Wiedemann (2004), p. 761.
Wiedemann (2004), p. 761, Baumbach/Hopt (2012), § 161, aant. 11.
Wiedemann (2004), p. 761.
Baumbach/Hopt (2012), Anhang nach § 177a, aant. 1, Gummert in Gummert/Weipert II (2009), § 1, aant. 10, Binz & Sorg (2010), p. 1.
Baumbach/Hopt (2012), Anhang nach § 177a, aant. 3.
Gummert in Gummert/Weipert II (2009), § 1, aant. 10.
Wiedemann (2004), p. 762, Watermeyer in Müller/Hoffmann (2009), p. 995.
Zie voor al deze vormen: Binz & Sorg (2010), p. 601-631.
Schmidt (2002), p. 1622.
Wiedemann (2004), p. 762, Baumbach/Hopt (2012), Anhang nach § 177a, aant. 10, Grunewald in Schmidt (2012), § 161, aant. 106-109.
Schmidt (2002), p. 1666.
Grunewald in Schmidt (2012), § 161, aant.110, Baumbach/Hopt (2012), § 161, aant. 12.
Wiedemann (2004), p. 762, Grunewald in Schmidt (2012), § 161, aant. 106, Watermeyer in Müller/Hoffmann (2009), p. 995.
Baumbach/Hopt (2012), § 161, aant. 13.
Zie Liebscher in Fleischer & Goette (2010), Anhang N, aant. 1201-1284.
Zie voor een relatief beknopte en nog altijd op hoofdlijnen accurate Nederlandstalige beschrijving van het Duitse concernrecht: Honée (1981), p. 5-28.
De AIFM-richtlijn (Alternative Investment Fund Managers Directive) (Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011, PbEU 2011, L 174/1) is een Europese richtlijn die geharmoniseerde regels introduceert voor beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen.
Emde & Dreibus (2013), p. 93, Freitag (2013), p. 329-330.
Deze cijfers zijn alle afkomstig uit de Statistik des Deutschen Industrie- und Handelskammertages zoals vermeld door Gummert in Gummert/Weipert II (2009), § 1, aant. 17 en 19.
Schmidt (2002), p. 1532, Baßler (2009), p. 18.
De betekenis van de rechtsvorm van de Kommanditgesellschaft in Duitsland is groot.1 Hiervoor is een aantal redenen aan te wijzen. In de eerste plaats biedt de Kommanditgesellschaft enige fiscale voordelen2 waarvan het belangrijkste is dat zij fiscaal transparant is. Dit wil zeggen dat zij zelf niet belastingplichtig is voor de directe belastingen: belastingheffing over de door haar behaalde resultaten vindt rechtstreeks plaats op het niveau van de vennoten, die deze kunnen verrekenen met hun financiële resultaten uit andere bronnen.3 Haar belangrijkste concurrent op de markt voor Duitse rechtsvormen, de Gesellschaft mit beschränkter Haftung (‘GmbH’), te vergelijken met de B.V. in Nederland, ontbeert dit voordeel: deze is zelf vennootschapsbelastingplichtig. De tweede reden voor de populariteit van de Kommanditgesellschaft is haar flexibiliteit: de vennoten staat het op basis van art. 109 in zeer verregaande mate vrij haar inwendige inrichting op hun specifieke wensen af te stemmen.4 Daarvan wordt in de praktijk ook intensief gebruik gemaakt: in de loop der tijd hebben zich vele varianten ontwikkeld. De belangrijkste daarvan kunnen in de navolgende categorieën worden onderscheiden.
De gesetzestypische Kommanditgesellschaft. Dit is de Kommanditgesellschaft zoals de Duitse wetgever die in 1897, het jaar waarin het Handelsgesetzbuch tot stand kwam,5 voor ogen stond. In deze voorstelling bestaat de Kommanditgesellschaft uit één of ten hoogste een beperkt aantal natuurlijke personen als gecommanditeerde vennoten die de vennootschap besturen, en één of ten hoogste een beperkt aantal natuurlijke personen die als geldschietende vennoot optreden.6 Juist door de grote mate van contractsvrijheid kan de inwendige inrichting van dit type Kommanditgesellschaft sterk uiteenlopen en bijna diametraal tegenovergestelde vormen aannemen, met tal van varianten daartussen. Aan de ene kant van het spectrum staat de Kommanditgesellschaft waarbij de gecommanditeerde vennoten bijna alle macht in de vennootschap aan zich hebben getrokken en niet alleen de onderneming van de vennootschap zelfstandig besturen, maar ook in vennootschappelijke aangelegenheden de bijna uitsluitende zeggenschap hebben. Voor de commanditairen binnen de vennootschap blijft dan slechts de rol van geldschieters met een minimum aan zeggenschapsrechten over. Dit wordt wel de personalistische Kommanditgesellschaft genoemd.7 Aan de andere kant van het spectrum staat de zogeheten kapitalistische Kommanditgesellschaft. Hierin hebben de commanditaire vennoten niet alleen zeggenschap over de vennootschappelijke aangelegenheden, maar besturen zij ook de door de vennootschap gedreven onderneming door het geven van instructies aan de gecommanditeerde vennoten.8 In 3.3.3 hierna, waarin het bestuursverbod in Duitsland wordt besproken, kom ik op deze variant terug. De risico’s die de onbeperkte aansprakelijkheid zeker in een dergelijke opzet voor de gecommanditeerde vennoten met zich brengt worden gewoonlijk afgedekt door een vrijwaring van de commanditairen aan de gecommanditeerde vennoten ter zake schade die deze laatsten zouden kunnen lijden door het handelen van de commanditaire vennoten.9
De GmbH & Co. KG. In deze variant wordt de positie van de gecommanditeerde vennoot niet door een natuurlijk persoon, maar door een GmbH vervuld.10 Het belangrijkste nadeel van de Kommanditgesellschaft, de onbeperkte aansprakelijkheid van de gecommanditeerde vennoot, wordt op deze wijze beheersbaar gemaakt, namelijk door deze aansprakelijkheid te beperken tot het eigen vermogen van de GmbH.11 De aandelen in deze GmbH worden in de regel gehouden door de commanditaire vennoten van de Kommanditgesellschaft.12 Het eigen vermogen van de GmbH bestaat doorgaans uit het wettelijke minimumkapitaal en zij heeft slechts een miniem aandeel in het resultaat van de Kommanditgesellschaft.13 Overigens kan de rol van de gecommanditeerde vennoot niet alleen door een GmbH worden vervuld, maar ook door een Aktiengesellschaft, (‘AG’), de Duitse tegenhanger van de N.V. (‘AG & Co. KG’), door een Stiftung, de Duitse equivalent van de stichting (‘Stiftung & Co. KG’), een Europese vennootschap (‘SE & Co. KG’) en een buitenlandse kapitaalvennootschap.14 Nu de kwestie van het bestuursverbod voor de commanditaire vennoot bij al deze varianten identieke vragen oproept15 zal in dit onderzoek alleen de GmbH & Co. KG als in de praktijk meest voorkomende vorm worden besproken.
De zogeheten Publikums-KG. Dit is de Kommanditgesellschaft waarbij het totaal van de commanditaire inbreng in participaties is verdeeld die op een reguliere markt worden verhandeld.16 Zij is daarmee een flexibeler vorm te geven alternatief voor de Aktiengesellschaft.17 De Publikums-KG wordt geïnitieerd door een of meer onbeperkt aansprakelijke ondernemers of beleggingsmanagers die investeerders of beleggers zoeken voor de financiering van hun ondernemings- of beleggingsplannen. De gecommanditeerde vennoten kunnen overigens ook in deze variant rechtspersonen zijn;18 het verschil met de onder 2. geschetste GmbH & Co. KG is dat bij de Publikums-KG de aandelen in de GmbH juist niet gehouden worden door de commanditaire vennoten, maar daarentegen door de vorenbedoelde ondernemer of beleggingsmanager, die op deze wijze de uiteindelijke zeggenschap hebben. De commanditaire vennoten zijn juridisch niet met elkaar verbonden en doorgaans zo talrijk dat ze elkaar niet kennen.19
De konzernverbundene KG. De Kommanditgesellschaft kan als bouwsteen in een concern worden gebruikt.20 Daarbij kan zij zowel de rol vervullen van moedervennootschap als van dochtervennootschap. Het Duitse concernrecht regelt de desbetreffende rechtsverhoudingen en daaruit voortvloeiende rechtsgevolgen zeer gedetailleerd;21 bespreking daarvan valt buiten de opzet van deze studie.22
Binnenkort zal aan deze opsomming de Investment-KG kunnen worden toegevoegd: in het kader van de omzetting van de AIFM-Richtlijn23 in het Duitse recht is de Duitse wetgever voornemens als wettelijk geregeld beleggingsvehikel de Investment-KG te creëren.24
Niet alleen vertoont het gebruik van de Kommanditgesellschaft in Duitsland een grote variëteit, ook hun aantal is aanzienlijk. Eind 2007 bestonden er 182.949 Kommanditgesellschaften, waarvan de grote meerderheid, namelijk 152.227, werd gevormd door GmbH & Co. KG’s. Het aantal GmbH’sbedroeg toen 817.999. Nog indrukwekkender wordt de presentie van de Kommanditgesellschaft in Duitsland wanneer niet hun aantal, maar hun totale omzet wordt vergeleken met die van alle GmbH’sin Duitsland tezamen. De totale belastbare omzetten van alle Duitse Kommanditgesellschaften, inclusief de GmbH & Co. KG’s, tezamen beliepen eind 2007 € 1.158 miljard, tegenover € 1.729 miljard voor alle Duitse GmbH’s tezamen.25 Deze cijfers onderstrepen dat de Kommanditgesellschaft in de praktijk als gelijkwaardig aan de GmbH wordt beschouwd.26