Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/6.2.3
6.2.3 Verbintenisrechtelijke doorwerking van de vennootschappelijke deelrechtsorde
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971929:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Meinema (diss.) 2003, p. 179; en Eikelboom (diss.) 2017, p. 95. Illustratief is bijvoorbeeld Hof Amsterdam 25 april 2002, JOR 2002/128 (Gorillapark), waarin een aandeelhouder een beroep op een contractuele anti-verwateringsclausule werd ontzegd, omdat dit onaanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW) gezien het grote belang van de vennootschap bij de beoogde financiële herstructurering, ondanks dat de betreffende aandeelhouder als gevolg daarvan zou verwateren.
Vgl. Hof Amsterdam (OK) 24 februari 2017, ARO 2017/72 (Care Group), r.o. 3.5, waar de Ondernemingskamer bij haar uitleg van een contractueel informatierecht mede in aanmerking heeft genomen dat deze was bedoeld in aanvulling op het wettelijke recht op inlichtingen. Zie uitgebreid Eikelboom 2017.
Zie hierover ook par. 6.4.4 hierna.
Vgl. Von Stebut 1972, p. 19-20.
Contractuele afspraken kunnen aldus de vennootschappelijke deelrechtsorde beïnvloeden. Deze wisselwerking werkt echter twee kanten op. Het belang van de vennootschap, dat – zoals hiervoor is toegelicht – mede kan worden bepaald aan de hand van de strekking en inhoud van aandeelhoudersovereenkomsten, kan doorwerken in de contractuele afspraken. Deze vorm van doorwerking uit zich onder meer in de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid1 en in de interpretatie2 van dergelijke overeenkomsten, waaronder eventuele daarin opgenomen informatierechten.
Deze ‘verbintenisrechtelijke doorwerking’ van het vennootschapsrecht kan gevolgen hebben voor de afdwingbaarheid van contractuele informatierechten. Indien een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich verzet tegen verstrekking van bepaalde informatie, dan zal de vennootschapsleiding informatieverstrekking moeten weigeren. Die weigeringsgrond geldt mijns inziens niet alleen bij wettelijke informatierechten, maar ook bij contractuele informatierechten, ongeacht de inhoud en strekking van die contractuele afspraken. De vennootschapsleiding zal immers steeds moeten handelen in het belang van de vennootschap. In voorkomende gevallen zal de beperkende werking van artikel 6:248 lid 2 BW zich verzetten tegen een strikte toepassing van het contractuele informatierecht. Daarbij is terughoudendheid op zijn plaats, hetgeen past bij de hoge drempel die volgt uit het zwaarwichtig belang-criterium.
De inhoud en strekking van een aandeelhoudersovereenkomst, waaronder eventuele contractuele informatierechten, kunnen overigens relevant zijn voor de vraag of een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich tegen die informatieverstrekking verzet. Dergelijke afspraken kunnen immers (mede) invulling geven aan het vennootschappelijk belang. Ook kunnen bepaalde contractuele waarborgen rondom de informatieverstrekking, zoals geheimhoudingsverplichtingen,3 eventuele bezwaren van de vennootschap wegnemen.4