Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/918
Procesrecht. Personen- en familierecht. Afstamming. Is de vrouw belanghebbende in zin art. 798 lid 1 Rv bij verzoek tot vaststelling van vaderschap van haar overleden man (art. 1:207 BW)?
HR 04-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1370
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, S.J. Schaafsma, K. Teuben
- Zaaknummer
23/04521
- Conclusie
A-G mr. E.B. Rank-Berenschot
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
Personen- en familierecht / Familieprocesrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1370, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:762, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑07‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 22‑11‑2023
- Wetingang
Art. 798 Rv; art. 1:207 BW
Essentie
Procesrecht. Personen- en familierecht. Afstamming. Is de vrouw belanghebbende in zin art. 798 lid 1 Rv bij verzoek tot vaststelling van vaderschap van haar overleden man (art. 1:207 BW)?
Samenvatting
Deze zaak betreft de vaststelling van het vaderschap van de man ten aanzien van de zoon en daarmee de vestiging van een afstammingsrelatie tussen de man en de zoon. De kring van personen die een daartoe strekkend verzoek kunnen doen, is in art. 1:207 lid 1 BW beperkt tot de moeder en het kind. De kring van personen die geacht kunnen worden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.