Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.6.3.4
13.6.3.4 Schriftelijke vastlegging zonder mondelinge overeenkomst (geen lopende handelsbetrekkingen)
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS418037:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bijv. Vzr. Rb. Arnhem 30 maart 2004, NIPR 2004, 261; Rb. Arnhem 30 maart 2004, NIPR 2004, 261.
Rb. Rotterdam 8 juni 2000, NIPR 2000, 311; Rb. Arnhem 15 februari 2006, NIPR 2006, 311.
Schockweiler, Civil Jurisdiction, p. 124.
Laenens, TvP 1982, p. 256; Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 274; Rb. Amsterdam 16 november 1977, Serie D I-17.1.2-B 13; HvB Antwerpen 30 november 1977, Serie D I-17.1.2-B 12; RvK Doornik 16 januari 1979, Serie D I-17.1.2-B 15; Rb. Almelo 21 juni 1989, NIPR 1989, 468; anders: Raad van Arbitrage voor Metaalnijverheid en -handel 24 september 1986, TvA 1987, p. 56, NIPR 1987, 453; Pres. Rb. Zutphen 29 november 1993, KG nr. 278/93, Mastenbroek/Maurer und &Nine Rauchund Wkmetechnik GmbH & Co. KG, n.g.; Rb. Rotterdam 8 juni 2000, NIPR 2000, 311; Rb. Rotterdam 22 november 2001, NIPR 2002, 130; Rb. Rotterdam 6 december 2001, NIPR 2002, 131; Rb. Zwolle 5 december NIPR 2001, NIPR 2002, 137; Rb. Arnhem 17 maart 2004, NIPR 2004, 240.
Laenens, TvP 1982, p. 256; Rb. 's-Gravenhage 27 december 1995, NIPR 1997, 127; de rechtspraak lijkt overigens streng ten aanzien van stukken achteraf: OLG Hamburg 19 september 1984, Serie D I-17.1.2-B 30 en Hof 's Hertogenbosch 3 februari 1992, NJ 1992, 798, NIPR 1992, 423 zijn van mening dat door stukken achteraf geen forumkeuze tot stand kan komen, zelfs niet in lopende handelsbetrekkingen.
HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565, r.o. 20; Rb. Arnhem 30 maart 2004, NIPR 2004, 261.
Hof Amsterdam 4 februari 1983 kenbaar uit HR 11 mei 1984, NJ 1984, 596, Serie D I-17.1.2-B 26; Hof Amsterdam 19 juni 2003, NIPR 2005, 257 (art. 31 CMR Verdrag).
Rb. Amsterdam 2 april 1986, NIPR 1986, 487; Rb. Maastricht 22 februari 1996, NIPR 1996, 294 (ten onrechte gaat de rb. in deze zaak overigens voorbij aan de ondertekening van de brief achteraf door beide partijen zodat een schriftelijke overeenkomst was tot stand gekomen); Rb. Rotterdam 8 juni 2000, NIPR 2000, 311; Rb. Rotterdam 25 juli 2002, NIPR 2003, 119; Hof Amsterdam 19 juni 2003, NIPR 2005, 257 (art. 31 CMR Verdrag); Rb. Zwolle-Lelystad 5 april 2006, NIPR 2006, 324.
Vanderelst, D.i.p., p. 280.
Burgerlijke Rechtbank Antwerpen 26 juni 1975, RW 1975-1976, p. 1311; RvK Kortrijk 7 oktober 1975, Serie D I-17.1.2-B 1; LG Heidelberg 29 april 1976, RIW/AWD 1976, p. 533; RvK Gent 16 september 1977 vermeld door Krings, Preadvies NV1R 1978, p. 117; HvB Antwerpen 30 november 1977, Serie D I-17.1.2-B 12; RvK Doornik 16 januari 1979, Serie D I-17.1.2-B 15 (onder dit vonnis zijn ook andere uitspraken van Belgische rechters vermeld met wisselende uitkomsten); Hof Amsterdam 31 januari 1979, Serie D I-17.1.2-B 16; RvK Brussel 3 oktober 1979, Serie D I-1- 17.1.2-B 2; Pocar, RabelsZ 1978, p. 421 met verwijzingen naar Franse en Belgische rechtspraak; Laenens, TvP 1981, p. 256 en Van Houtte, Europese IPR-Verdragen, p. 52 met verwijzingen naar Belgische rechtspraak; idem Vanderelst, D.i.p., p. 279-280; Krings, Preadvies NVIR 1978, p. 116 en 117 met diverse verwijzingen; OLG Celle 2 maart 1984,1PRax 1985, p. 284; Hof 's-Hertogenbosch 3 februari 1992, NJ 1992, 798, NIPR 1992, 423; Pres. Rb. Haarlem 14 februari 1992, NIPR 1992, 268, KG 1992, 107; Hof 's-Hertogenbosch 26 oktober 1994, NIPR 1995, 261; Rb. Maastricht 26 januari 1995, NIPR 1995, 278; Hof Amsterdam 19 juni 2003, NIPR 2005, 257; Hof Arnhem 16 januari 2007, NIPR 2007, 136; Hof Arnhem 16 januari 2007, NIPR 2007, 136; HvB Antwerpen 8 juni 2006, zaak 2005/AR/1773, (Tuba Turbinen und Anlagen Technik/Gasturbines Expertise and Maintenance), n.g.; anders HvB Bergen 17 oktober 1977, Serie D I-17.1.2-B 11 (wellicht impliciet uitgaande van lopende handelsbetrekkingen) en Hof 's-Gravenhage 7 november 2000, NIPR 2001, 44 waar beide partijen zich ten processe op het standpunt hadden gesteld dat de algemene voorwaarden van toepassing waren op basis van onder meer een factuur achteraf. Dit is echter een a-typisch geval door de eenstemmigheid ten processe.
Laenens, TvP 1982, p. 256; vgl. Hof Amsterdam 31 januari 1979, Serie D I-17.1.2-B 16 dat 12 á 17 facturen onvoldoende acht om lopende handelsbetrekkingen aan te nemen; Rb. Maastricht 7 juni 1990, NIPR 1992, 272; anders: OLG Hamburg 19 september 1984, Serie D I-17.1.2-B 30 en Hof 's-Hertogenbosch 3 februari 1992, NJ 1992, 798, NIPR 1992, 423 die in een lopende handelsbetrekking het zenden van facturen met een forumkeuze niet voldoende acht nu bij het sluiten van de overeenkomst hierover niets was overeengekomen; Rb. Maastricht 26 januari 1995, NIPR 1995, 278 die het bestaan van lopende handelsbetrekkingen ambtshalve onderzoekt.
Rb. Roermond 14 april 1988, NIPR 1989, 140 (EEX zoals gewijzigd door het Eerste Toetredingsverdrag) waarin facturen gedurende een periode van 4,5 maanden voldoende was om een geldige forumkeuze aan te nemen in de internationale handel.
HvJ EG 14 december 1976, zaak 25/76, Segoura/Bonakdarian, Jur. 1976, p. 1851, NJ 1977, 447; Corte di Cassazione, Sezione unite, 20 oktober 1975, Serie D I-17.1.2-B 2; Rb. Amsterdam 19 januari 1977, Serie D I-17.1.2-B 6, NJ 1977, 576; Rb. Amsterdam 16 november 1977, Serie D I-17.1.2-B 13; OLG Hamburg 1 juni 1979, NJW 1980, p. 1232; OLG Hamburg 19 september 1984, Serie D I-17.1.2-B 30; Rb. Amsterdam 2 april 1986, NIPR 1986, 487; Rb. Maastricht 26 januari 1985, NIPR 1985, 278; anders RvK Luik 9 maart 1979, Serie D I-17.1.2-B 15 vermeld in samenvatting; OLG Celle 2 maart 1984, IPRax 1985, p. 284; CA Paris 5 juli 1989, Clunet 1990, p. 151; Rb. Breda 30 maart 1993, rolnr. 3623/92, Chroomlederfabriek Schenkers BV/Hartjes Gesellschaft mbH, n.g.; Rb. Arnhem 16 september 1993, NIPR 1994, 165; Pres. Rb. Zutphen 29 november 1993, KG nr. 278/93, Mastenbroek/Maurer und Siihne Rauch- und Wármeteclufik GmbH & Co, n.g.; Rb. Maastricht 26 januari 1995, NIPR 1995, 278; Rb. Rotterdam 15 april 1999, NIPR 1999, 298; zie ook Geimer, IZPR, p. 437, nr. 1686; Rb. Rotterdam 22 november 2001, NIPR 2002, 130; Rb. Rotterdam 6 december 2001, NIPR 2002, 131; Rb. Zwolle 5 december 2001, NIPR 2002, 137; Rb. Arnhem 12 februari 2003, NIPR 2003, 287; Rb. Rotterdam 7 juni 2006, NIPR 2006, 230; Vzr. Rb. Amsterdam 7 juli 2005, in Hof Amsterdam 30 maart 2006, NIPR 2006, 299; anders: Hof ' s-Gravenhage 7 november 2000, NIPR 2001, 44 waar beide partijen zich ten processe op het standpunt hadden gesteld dat de algemene voorwaarden van toepassing waren op grond van een orderbevestiging zonder voorafgaande mondelinge overeenkomst in combinatie met enige bescheiden die daarna tussen partijen waren gewisseld.
Vgl. bewijsopdracht in het incident in Rb. Rotterdam 24 april 1997, NIPR 1997, 382.
RvK Doornik 16 januari 1979, Serie D I-17.1.2-B 15; Hof Amsterdam 25 april 1985, Serie D I-17.1.2-B 31, NI 1986, 557 (kwitantie na veiling). Voor het cognossement als ontvangstbewijs zie Rb. Rotterdam 11 mei 1981, NI 1982, 400; Rb. Arnhem 12 september 2002, NIPR 2003, 49 (pakbon); Rb. Arnhem 17 maart 2004, NIPR 2004, 240 (`Lieferschein').
Zoals in par. 13.6.3.1 opgemerkt, is het moeilijk met de geldigheidsvoorwaarden voor een forumkeuze en de tekst van art. 23 lid 1 sub a EEX-V°/17 lid 1 sub a Verdrag te rijmen dat een forumkeuze op basis 'bevestiging' zonder voorafgaande mondelinge overeenkomst tot stand komt. Vaak sluiten partijen niettemin een overeenkomst zonder dat naar de forumkeuze is verwezen of de forumkeuze aan de wederpartij is bekendgemaakt.1 De overeenkomst is dan weliswaar tot stand gekomen, maar de forumkeuze niet. De hoofdregel is derhalve dat een forumkeuze in deze situatie niet tot stand komt. Dat dient mijns inziens te volgen uit de tekst van art. 23 lid 1 sub a EEX-V°/17 lid 1 sub a Verdrag. Het gaat om een overeenkomst die mondeling wordt gesloten. De bevestiging achteraf is dan slechts declaratoir en heeft zonder wilsovereenstemming geen constitutief gevolg. Alleen in geval van lopende handelsbetrekkingen of in de internationale handel kan dat anders zijn. Eerst dient daarom steeds te worden nagegaan of mondeling over de forumkeuze overeenstemming is bereikt,2 naar de forumkeuze is verwezen danwel de forumkeuze aan de wederpartij is meegedeeld. Tijdig wil zeggen voor of bij het sluiten van de overeenkomst. Bij gebreke daarvan is ieder document met een forumkeuze slechts te beschouwen als een (nieuw) aanbod tot het sluiten van een overeenkomst met een forumkeuze.3 Het kan wel het document zijn dat aan een latere mondelinge forumkeuze vooraf gaat.
Stilzwijgen leidt niet tot een aanvaarding van de forumkeuze die niet is overeengekomen, anders dan de situatie waarin de mondelinge overeenkomst bestaat en de schriftelijke bevestiging heeft plaatsgevonden. In dit scenario mag uit niet protesteren geen gebondenheid aan de forumkeuze worden afgeleid.4 Met deze constateringen kan echter niet worden geëindigd. Het is immers mogelijk dat in deze gevallen een forumkeuze tot stand komt op de in art. 23 lid 1 sub b of c EEX-V°/17 lid 1 sub b of c Verdrag voorziene wijze. Steeds moet derhalve ook worden nagegaan of sprake is van lopende handelsbetrelddngen5 of dat de forumkeuze overeenstemt met een gewoonte waarvan de partijen op de hoogte zijn of hadden behoren te zijn en die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen.
In de internationale handel is het sluiten van een forumkeuze mogelijk door het achteraf zenden van een schriftelijke bevestiging met voorbedrukte vermelding van de bevoegde rechter of facturen waarbij verwezen wordt naar een bepaald gerecht.6 Hoewel het Hof van Justitie slechts heeft gewezen op de mogelijkheid van totstandkoming door een bevestiging of factuur achteraf, bestaat naar mijn mening geen aanleiding om zulks voor andere schriftelijke stukken niet mogelijk te achten.
Correspondentie
Correspondentie na de tot standkoming van een overeenkomst wijzigt een forumkeuze niet (behoudens het totstandkomen van wilsovereenstemming over een andere forumkeuze)7 en kan geen forumkeuze tot stand brengen in een reeds bestaande rechtsverhouding waarin over de forumkeuze geen overeenstemming is bereikt.8 Dat is slechts anders, indien door de briefwisseling een nieuwe forumkeuze tot stand komt. Zo lijkt mij denkbaar dat in onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst over een forumkeuze reeds overeenstemming is bereikt, maar over sommige andere clausules nog niet. De wilsovereenstemming kan dan bijv. worden vastgelegd in een 'heads of agreement'. Een forumkeuze kan blijkens de correspondentie dan rechtsgeldig tot stand zijn gekomen, indien blijkt dat partijen uitvoering aan de overeenkomst hebben gegeven conform de afspraken in de concepten. Ook kan worden gedacht aan een latere toevoeging aan een overeenkomst na mondeling overleg dat vervolgens schriftelijk wordt bevestigd.9
Factuur
Toezending na de overeenkomst - zonder dat een mondelinge overeenkomst tot stand is gekomen - van facturen doet geen forumkeuze ontstaan.10 Dat is slechts anders in lopende handelsbetrekkingen in de zin van art. 23 lid 1 sub b EEX-V°/17 lid 1 sub b Verdrag11 of in de internationale handel, mits is voldaan aan de vereisten van art. 23 lid 1 sub c EEX-V°/17 lid 1 sub c Verdrag,12 zoals hierboven reeds is opgemerkt.
Bestel- of opdrachtbevestiging
De jurisprudentie13 is welhaast eenduidig dat enkel het zenden van een bestel- of opdrachtbevestiging te laat is om een forumkeuze in de vorm van een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst tot stand te doen komen, indien voorafgaand geen mondelinge overeenkomst tot stand is gekomen.14
Ontvangstbewijs, recu, kwitantie en andere bescheiden
Ook voor stukken zoals een ontvangstbewijs, reçu, kwitantie of andere bescheiden is de rechtspraak welhaast eenduidig: het is mosterd na de maaltijd.15