Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/10.5.2.2
10.5.2.2 Externe cloud provider
mr. drs. C.M. Harmsen, datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180348:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 26 maart 2013, r.o. 3.3, ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ5770, JOR 2013/192, m.nt. W.J.B. van Nielen, waar het Gerechtshof overwoog dat de curator met een beroep op onder meer artikel 92 Fw geen recht heeft op het ter beschikking stellen van zijn diensten door de provider om niet, althans tegen een veel lagere (kosten)vergoeding. Het gerechtshof overwoog in dit arrest ook dat artikel 92 Fw zich uitsluitend richt jegens de gefailleerde, niet jegens een externe provider van cloud services. Wessels merkt op dat dit niet volgt uit de tekst van artikel 92 Fw (B. Wessels, ‘De curator en de cloud’, NJB 2015/639). Met de inwerkingtreding van de Wet versterking positie curator heeft de curator ook een rechtstreekse aanspraak op een provider op grond van artikel 105b Fw.
In het geval de administratieplichtige gebruik maakt van een externe cloud provider zal op basis van een overeenkomst tussen beide partijen de provider gehouden zijn de gegevens in de cloud beschikbaar te houden en leesbaar te maken tegen betaling van de voor deze diensten overeengekomen prijs. Uitgaande van de bewaarplicht in artikel 2:10 BW is het aan de administratieplichtige ervoor zorg te dragen dat de administratie leesbaar beschikbaar is, ook op het moment van de faillietverklaring.
Wanneer op het moment van de faillietverklaring de cloud nog toegankelijk is, zal de gefailleerde de curator de nodige gegevens kunnen verschaffen voor toegang tot de cloud. Hiermee voldoet de (bestuurder van de) gefailleerde aan zijn verplichting op grond van artikel 105a lid 2 Fw. Het is vervolgens aan de curator of hij de diensten van de cloud provider wil voortzetten. De kosten daarvan komen dan ten laste van de boedel.
Het kan ook zijn dat de facturen van de cloud provider voorafgaand aan het faillissement niet meer zijn voldaan en dat de cloud provider de overeenkomst daarom al voorafgaand aan het faillissement heeft ontbonden. Dat betekent dat de administratie niet meer toegankelijk is, zowel voor de (bestuurder van de) gefailleerde als voor de curator. In verband met de op de (bestuurder van de) gefailleerde rustende verplichting om elektronisch gevoerde administratie terstond leesbaar ter beschikking te stellen aan de curator, en de strafbaar stelling van de niet-nakoming van die verplichting, ligt het op de weg van de (bestuurder van de) gefailleerde om te zorgen voor heraansluiting, al dan niet door middel van het aangaan van een nieuwe overeenkomst met de cloud provider zodat de administratie leesbaar ter beschikking komt aan de curator. Het is vervolgens aan de curator om te besluiten de diensten van de cloud provider ten laste van de boedel voort te zetten.1