V-N 2018/31.25
Hof oordeelt ten onrechte dat matiging vergrijpboete tussen partijen niet in geschil is
HR 08-06-2018, ECLI:NL:HR:2018:852, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juni 2018
- Magistraten
De Groot, Fierstra, Groeneveld, Wortel, Beukers-van Dooren
- Zaaknummer
17/05518
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS929080:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Fiscaal procesrecht / Bewijs
Fiscaal bestuursrecht / Boete
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑06‑2018
ECLI:NL:HR:2018:852, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑06‑2018
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat mevrouw X zich voor het hof uitdrukkelijk en gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de door de rechtbank toegepaste matiging van 5% te gering is. Gelet daarop had het hof de stellingen van X over de hoogte van de boetes niet onbehandeld mogen laten.
Samenvatting
Belanghebbende, mevrouw X, exploiteert in 2007 en 2008 een groothandel in vlees. X koopt grote partijen ossenhaas in bij B. De contactpersoon van B is een hoogbejaarde man die X alleen kent bij zijn voornaam. Er wordt altijd ergens op de openbare weg geleverd en contant betaald. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.