Regres bij concernfinanciering
Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/1.4:1.4 Leeswijzer
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/1.4
1.4 Leeswijzer
Documentgegevens:
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS588558:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderzoek wordt uiteengezet in 7 hoofdstukken. Na de inleiding volgt in hoofdstuk 2 een beschouwing over de rechtsontwikkeling en de duiding van het regresrecht an sich. Het leerstuk wordt in algemene zin gekarakteriseerd. In dit hoofdstuk wordt deelvraag 1 beantwoord. In hoofdstuk 3 wordt het concern als economisch, maatschappelijk en juridisch verschijnsel besproken. Daarnaast wordt de financiering van de concernactiviteiten behandeld. Hierbij wordt gekeken naar verschillende systemen voor geconsolideerde kredietverlening en liquiditeitenbeheer. Verder wordt er in het kader van concernfinanciering aandacht besteed aan het verlenen van zekerheden. Dit hoofdstuk mondt uit in een antwoord op deelvraag 2.
In hoofdstuk 4 en 5 wordt ingegaan op de in Nederland ervaren regresproblematiek bij concernfinanciering. In hoofdstuk 4 wordt deelvraag 3 onderzocht. Hiertoe wordt de draagplichtproblematiek behandeld, waarbij ook de ontwikkeling van het draagplichtdebat aan de orde wordt gesteld. In hoofdstuk 5 komt deelvraag 4 aan bod. In dit hoofdstuk wordt de effectiviteit besproken van regresrecht-beïnvloedende partijafspraken en maatregelen.
In hoofdstuk 6 wordt het Duitse vennootschaps- en concernrecht besproken in het licht van de Duitse (concern)financieringspraktijk, waarbij ook aandacht is voor zekerheidsverlening en concernfinancieringssystemen. Het hoofdstuk besluit met een conclusie waarmee voor wat betreft Duitsland antwoord wordt gegeven op deelvraag 5. De situatie aangaande het Belgische recht wordt verspreid over de verschillende hoofdstukken behandeld.
In hoofdstuk 7 volgen de evaluatie en de conclusies. In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de beide hoofdvragen: (I) op welke wijze kan meer rechtszekerheid worden geboden bij regresvraagstukken die voortvloeien uit door concernvennootschappen verleende hoofdelijke zekerheid ten behoeve van het concernkrediet? en (II) waarom speelt regresproblematiek bij concernfinanciering niet in het Duitse- en in het Belgische recht, maar wel in de Nederlandse rechtsorde?
Het onderzoek is per 1 juli 2018 afgesloten. Op een enkele uitzondering na is met literatuur en jurisprudentie van na die datum geen rekening meer gehouden.