NJ 2025/320
Ontvankelijkheid hoger beroep. De vermelding op de volmacht tot het instellen van hoger beroep dat de verdachte ‘het niet eens is met veroordeling in de zaak’ kan niet worden opgevat als grief als bedoeld in artikel 410 Sv.
HR 02-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1213, m.nt. J.M. Reijntjes
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 september 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/00834
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Noot
J.M. Reijntjes
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD37058:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1213, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:929, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑08‑2023
- Wetingang
Essentie
In de ‘volmacht voor en verzoek tot instellen hoger beroep’ staat vermeld dat de verdachte het niet eens is met de veroordeling in de zaak met het parketnummer 13-207596-19. De Hoge Raad deelt het standpunt van het hof dat de verdachte niet-ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep is op grond van art. 416 lid 2 Sv, omdat er geen schriftuur houdende grieven is ingediend, er geen mondelinge bezwaren zijn ingediend tegen het vonnis en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak.
Samenvatting
Op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.