Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/9.4:9.4 Rechtsvergelijking
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/9.4
9.4 Rechtsvergelijking
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630535:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aangezien sfeerovergangen bij ondernemingen niet exclusief in Nederland voorkomen, heb ik in hoofdstuk 6 onderzocht hoe in Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk met deze problematiek wordt omgegaan en of er in deze landen oplossingen bestaan voor de tekortkomingen in het Nederlandse systeem. De resultaten van het rechtsvergelijkende onderzoek zijn als volgt.
Duitsland
Het Duitse systeem ten aanzien van sfeerovergangen is vergelijkbaar met het Nederlandse systeem. In beide gevallen moet bij een sfeerovergang een openingsbalans worden opgesteld. In Duitsland moeten de vermogensbestanddelen op de fiscale openingsbalans worden gewaardeerd tegen de bedrijfswaarde (Teilwert). Ook in Duitsland is de invulling van het begrip ‘bedrijfswaarde’ geen uitgemaakte zaak. Door toepassing van deze waarderingsmethode worden de gesignaleerde knelpunten niet verholpen. Net als in Nederland geldt in Duitsland een uitzondering voor zelfgevormde goodwill. Het Bundesfinanzhof heeft namelijk bepaald dat de zelfgevormde goodwill niet mag worden geactiveerd op de fiscale openingsbalans, omdat er geen specifieke regels zijn die voorschrijven dat bij een sfeerovergang moet worden afgeweken van de Duitse hoofdregel, zijnde geen activering van zelfgevormde goodwill. Deze goodwill wordt derhalve volledig belast op het moment van realisatie, ook als deze is opgebouwd in de onbelaste periode. De overweging van het Bundesfinanzhof is zo ruim dat zij van toepassing is op alle typen sfeerovergangen, dus bijvoorbeeld ook als een subjectieve vrijstelling vervalt door een wetswijziging. Alleen in geval van een grensoverschrijdende sfeerovergang, wordt het heffingsrecht over de zelfgevormde goodwill als gevolg van de implementatie van de ATAD-richtlijn in de Duitse wetgeving beperkt tot de in Duitsland opgebouwde goodwill. In de Duitse literatuur wordt de uitspraak van het Bunderfinanzhof onderschreven, omdat zelfgevormde goodwill de verwachte toekomstige winst vertegenwoordigt, die in de heffing dient te worden betrokken. In de omgekeerde situatie, als sprake is van een sfeerovergang van belast naar onbelast, dan zou de goodwill ook niet op de eindbalans hoeven te worden gewaardeerd omdat het dan in strijd zou zijn met het doel van de wet om goodwill te belasten, aangezien het doel is om dergelijke (toekomstige) winsten vrij te stellen. De Duitse leer is derhalve aanzienlijk strikter dan de Nederlandse. In Nederland geldt immers als hoofdregel dat de goodwill wel mag geactiveerd tenzij de belastingplicht aanvangt door het drijven van een onderneming (BNB 1991/90) of een overheidsbedrijf/overheidsonderneming of woningcorporaties belastingplichtig wordt (artikel 33 Wet Vpb 1969).
België
In België zijn de fiscale gevolgen van een binnenlandse sfeerovergang niet wettelijke geregeld. De boekhoudkundige regels (commerciële jaarrekening) wijzigen bij een dergelijke sfeerovergang in principe niet en het belastbare resultaat wordt bepaald aan de hand van de commerciële jaarrekening (behoudens enkele fiscale correcties). In 2015 heeft er een sfeerovergang bij de zogenoemde ‘intercommunales’ plaatsgevonden door een wetswijziging. Deze zijn vanaf 2015 voor het eerst onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Er is toen aparte regelgeving gemaakt en er heeft geen herwaardering naar de waarde in het economische verkeer plaatsgevonden. Er werd echter ook niet volledig aangesloten bij de jaarrekeningregels. Er is namelijk bepaald dat de voordelen volledig worden belast op het moment van realisatie, ook als de voordelen al eerder in de jaarrekening waren verantwoord. Als er een realisatie is in de periode waarin de vennootschapsbelasting van toepassing is, worden dus ook de vermogensmutaties belast die zijn opgebouwd in de periode waarin er geen onderworpenheid aan de vennootschapsbelasting was. Hierdoor is sprake van terugwerkende kracht, waardoor het systeem niet voldoet aan de geformuleerde kwaliteitseisen en niet toepasbaar is in Nederland.
Verenigd Koninkrijk
In het Verenigd Koninkrijk geldt dat het heffingsmoment afhankelijk is van het type inkomen. In de wetgeving is gedetailleerd beschreven wanneer voordelen in de heffing worden betrokken. Handelsinkomsten moeten bijvoorbeeld worden verantwoord volgens de accountingprincipes terwijl voor kapitaalswinsten eigen fiscale regels gelden. Hiervan wordt niet afgeweken in geval van een sfeerovergang. Bij een sfeerovergang wordt ook geen step-up naar de waarde in het economische verkeer verleend, tenzij sprake is van een grensoverschrijdende sfeerovergang. Hierdoor is het mogelijk dat vermogenswinsten die voortkomen uit de onbelaste periode, toch in de heffing worden betrokken. Als de belastingplicht daarentegen eindigt, geldt echter wel een eindafrekening. Dit systeem bevat geen regels die zo overgenomen zouden kunnen worden in het Nederlandse systeem.