Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/II:Deel II: Nederland
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/II
Deel II: Nederland
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233646:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het tweede deel van dit onderzoek zal worden bezien in hoeverre het Nederlandse recht een met de Amerikaanse political question-doctrine vergelijkbare doctrine of leerstukken met een daarmee vergelijkbare werking kent. Om deze vraag te kunnen beantwoorden, zal een formele en materiële rechtsvergelijking worden gemaakt.
De formele rechtsvergelijking staat in hoofdstuk 6 centraal. Daarin zullen rechtsfiguren worden besproken die gelijkenis vertonen met de wijze waarop de Amerikaanse rechter de Amerikaanse political question-doctrine procesrechtelijk heeft ingekaderd. In het bijzonder gaat het dan om de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en de ontvankelijkheid. Zoals zal blijken, is op dit punt de scherpste vergelijking tussen het Nederlandse en het Amerikaanse recht te trekken, hoewel daarmee nog niet is gezegd dat ook in Nederland een political question-doctrine bestaat.
Vervolgens zal worden onderzocht of de rechtspraak van de Nederlandse rechter elementen of leerstukken bevat die materieel met een political question-doctrine vergelijkbaar zijn. Daarbij gaat het om geschillen waarin de hiervoor bedoelde formele hordes zijn genomen, maar waarin de Nederlandse rechter een zodanig terughoudende benadering hanteert die materieel een met een political question-doctrine vergelijkbare werking heeft. De analyse is als volgt opgebouwd.
In hoofdstuk 7 zal worden bezien hoe de Nederlandse rechter omgaat met onderwerpen die ook voor de Amerikaanse rechter aanleiding kunnen zijn om een political question aan te nemen. Concreet gaat het dan om geschillen over de vormgeving van het buitenlands beleid. Duidelijk zal worden dat ook de Nederlandse rechter in dergelijke geschillen een benadering hanteert die materieel gezien vergelijkbaar is met een political question-doctrine.
In hoofdstuk 8 zal duidelijk worden dat de Nederlandse rechter ook in een ander type geschillen van een inhoudelijke beoordeling afziet. Daarbij gaat het om geschillen waarin een inhoudelijke beoordeling van de rechter het lopende politieke besluitvormingsproces zou doorkruisen. De Nederlandse rechter laat een inhoudelijk oordeel dan achterwege zonder zichzelf formeel onbevoegd te verklaren. Anders dan in geschillen over het buitenlands beleid, zou de Amerikaanse rechter in deze geschillen vermoedelijk echter niet op de political question-doctrine terugvallen.
Hoofdstuk 9 staat ten slotte in het teken van de zogenoemde rechtsvormende taak van de rechter. Bij deze laatste vergelijking is de vertaling van de political question-doctrine in Nederland het zwakst: de rechtsvormende taak van de rechter gaat strikt genomen niet over de vraag of de rechter een inhoudelijke beoordeling al dan niet achterwege moet laten, maar over de rechterlijke remedie nadat de rechter zich inhoudelijk heeft uitgesproken. Toch is een bespreking van de rechtsvormende taak voor dit onderzoek van belang. Ten eerste raakt de rechtsvormende taak van de rechter bij uitstek aan de verhouding van de rechter ten opzichte van de andere staatsmachten. Ten tweede komen de redenen voor de rechter om zich in het kader van zijn rechtsvormende taak terughoudend op te stellen deels overeen met de redenen om in sommige geschillen een inhoudelijke beoordeling achterwege te laten. In zoverre is er wel sprake van een zekere functionele verwantschap.
6 Formele rechtsvergelijking: De ruime toegang tot de Nederlandse rechter7 Materiële rechtsvergelijking (I): De Nederlandse rechter en het buitenlands beleid8 Materiële rechtsvergelijking (II): De Nederlandse rechter en het politieke besluitvormingsproces9 Materiële rechtsvergelijking (III): Rechtsvorming en abstinentie door de Nederlandse rechter